maandag 30 juni 2014

SP benoemt als enige de naaktheid van de keizer



Afgelopen vrijdag (27-6-14) stond in het Parool* een artikel van het Amsterdamse PvdA-raadslid
Boutkan, waarin deze zich verontwaardigd betoont over het gebruik door de SP van de term ‘dwangarbeid’ voor de verplichte tewerkstelling die bijstandsgerechtigden in Nederland en ook in Amsterdam de laatste jaren weer wordt opgelegd. Iets dat tot het aantreden van de neoliberale kabinetten Balkenende en Rutte sinds de werkverschaffing in de jaren ’30 in Nederland niet meer was voorgekomen.

Boutkan vindt het ‘schandalig en verwerpelijk’ dat de SP verplichte tewerkstelling van bijstandsgerechtigden ‘systematische categoriseert als dwangarbeid’. ‘Verplichte of gedwongen arbeid’ zijn evenwel in internationale, ook door Nederland geratificeerde, mensenrechtenverdragen verboden. ‘Schandalig en verwerpelijk’ zou het dus zijn deze werkelijkheid te ontkennen, zoals Boutkan, de hele PvdA en vrijwel alle andere - eveneens tot het neoliberalisme bekeerde - politieke partijen doen, die deze nieuwe kleren van de keizer nog steeds blijven toejuichen en het jongetje dat roept dat de keizer in zijn blootje loopt, willen bestraffen.

Inderdaad ‘ligt’, in de woorden van Boutkan, ook ‘de directe associatie met ‘slavenarbeid’, ‘Arbeitseinsatz’ en Noord-Koreaanse werkkampen voor de hand’. Lees de artikelen over de gang van zaken bij de dwangarbeidcentra aan de Laarderhoogweg en het voormalige militaire Hembrugterrein er maar eens op na, waar bijstandsontvangers onder sadistische ‘werkmeesters’ onbeschermd worden blootgesteld aan asbest, resten van wapens en explosieven en mogelijk zelfs van mosterdgas.

Maar zelfs al zouden de arbeidsomstandigheden minder onmenselijk zijn: gedwongen tewerkstelling van ontvangers van bijstand, het laatste sociale vangnet, is in elk beschaafd land waar de ‘rule of law’ heerst uit den boze. Dat een (voormalig) sociaal democratische partij als de PvdA dat sinds het ‘afschudden van haar ideologische veren’ en haar neoliberale koers onder Wim Kok niet meer vindt, verklaart ook haar enorme verlies aan stemmen bij de vorige verkiezingen en het feit dat de SP sindsdien de sociaal democratische erfenis bewaakt.

Curieus in het betoog van Boutkan is de verwijzing naar zijn grootvader, die hij prijst vanwege het feit dat hij er tijdens WOII ‘alles aan heeft gedaan om niet te werk gesteld te worden in Duitsland’. Dat niet een bezettingsmacht maar hun eigen overheid de huidige bijstandsgerechtigden onder dwang te werk stelt, vindt hij niettemin prima. Hoe grote tegenstrijdigheden kan één brein bevatten?

Ik hoop in ieder geval van harte dat bij de SP, die in de recente coalitie-onderhandelingen in Amsterdam de afschaffing van de ‘tegenprestatie’ voor een uitkering heeft binnengehaald, de oproep van Boutkan eenzelfde ideologisch verraad te plegen als dat wat de ondergang van de PvdA heeft veroorzaakt, op dorre steengrond valt.

Verder verwijs ik naar een eerder artikel over deze problematiek van mijn hand, dat onder de titel Goedpraters van Nederlandse mensenrechtenschendingen onder meer te vinden is op de website Sargasso:

http://sargasso.nl/goedpraters-van-nederlandse-mensenrechtenschendingen/



zaterdag 21 juni 2014

Wij gaan nooit meer naar school, maar lekker naar het 'centrum'



Naast mijn huis staat/stond een basisschool die deel uitmaakt van een grote groep van meer dan twintig scholen waarover een soort supermanager, ‘bovenschools directeur’ geheten, de scepter zwaait. Samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de vereniging van schoolleiders recentelijk bedacht dat het weer eens tijd is voor een onderwijsvernieuwing en heeft zij daar succesvol voor weten te lobbyen.

Deze keer betreft de vernieuwing dus niet het voortgezet onderwijs, waar een groot aantal ondoordachte onderwijsvernieuwingen uiteindelijk heeft geleid heeft tot een parlementaire enquête door de commissie Dijsselbloem, met als conclusie dat het nu eindelijk eens afgelopen moet zijn met al dat ge-vernieuw waarbij de kwaliteit van het onderwijs op de achtergrond is geraakt, maar het primaire onderwijs, waar ook al sinds jaar en dag de ene verandering over de andere buitelt. Achtereenvolgens hebben we te maken gehad met de lagere school, de basisschool, de brede school voor primair onderwijs en nu, terwijl het modieuze concept van de ‘brede school’ (een uit de VS overgewaaide vorm waarin onderwijs vermengd wordt met welzijnswerk) nog niet eens bezonken is, schieten overal in Nederland  - en dus ook tegenover mijn huis - opeens weer ‘kindcentra’ als paddestoelen uit de grond.

Een kindcentrum biedt onderwijs en opvang aan kinderen van 0 (nul !) tot 12 jaar en is de gehele dag en het hele jaar open, combineert onder één dak het geven van basisonderwijs met een kinderdagverblijf en met ruimte voor voor-, tussen- en naschoolse opvang, en geeft beide ouders van het bezoekende kind zo de kans onbelemmerd fulltime te werken, zoals de overheid dat graag ziet. Tegelijk wordt zo het anti-emancipatoire schrikbeeld van de niet-werkende moeder die na schooltijd met een kopje thee op haar kind wacht, voorgoed naar de nevelen der geschiedenis verdreven.

Eén van de kenmerken van de huidige onderwijsvernieuwing is dat kinderen nu vrijwel vanaf hun geboorte terecht kunnen op wat tot voor kort ‘school’ heette. De plaatselijke krant berichtte dat vanwege de toevoeging van ruimten voor een peuterspeelzaal en voor buitenschoolse opvang onder hetzelfde dak de naam ‘school’ dan ook uit ons vocabulaire wordt geschrapt en deze vanaf nu ‘kindcentrum’ gaat heten. Voor het eerst in eeuwen gaan kinderen straks dus niet meer naar school, maar naar een ‘centrum’.
Vanaf het moment dat het kind daar kort na zijn geboorte zijn entree maakt, zal het tot aan zijn pensioen, waarvan de leeftijd ook steeds verder wordt opgetrokken, zijn vrijheid kwijt zijn, aan allerlei eisen moeten voldoen en in de maatschappelijke tredmolen meelopen. Al heel vroeg zal het zich staande moeten houden in grote groepen huilende en krijsende leeftijdgenootjes en blootgesteld worden aan  prestatiedwang, want in plaats van onbekommerd ouderwets te mogen spelen, moet het zo vroeg mogelijk ‘schoolrijp’gemaakt worden door middel van wat genoemd wordt ‘spelend leren’, waarbij de nadruk ligt op het vroegtijdig ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en dan met name op de mathematische en linguïstische onderdelen daarvan.

Is de term 'kindcentratiekamp' eigenlijk niet geschikter voor zo'n plek waar de ongelukkige kinderen van  'hardwerkende Nederlanders' die geen tijd voor hen hebben al vrijwel vanaf de dag van hun geboorte gedrild worden nog productievere werknemers dan hun reeds volstrekt gestresste ouders te worden en in een leven zonder vrijheid en vreugde verworden tot louter kanonnenvoer voor de economie? Ik ben althans blij dat ik met mijn geboorte in de goede oude jaren ’50 die dans in ieder geval ben ontsprongen.

Weliswaar blijft de huidige leerplichtleeftijd van vijf jaar bestaan, maar er zal niet alleen sociale druk ontstaan op ouders om hun kinderen toch reeds voor die leeftijd bij zo’n kindcentrum aan te melden, ook zal het moeilijker worden een basisschool te vinden als een kind de voorschool niet heeft bezocht omdat dit een aantekening oplevert in het big brother-dossier dat tegenwoordig van alle kinderen wordt bijgehouden (het ‘digitale kinddossier’). In feite ontstaat er zo een officieuze ‘peuterleerplicht’ bovenop de bestaande leerplicht.

Niet alleen de eraan onderworpen kinderen ondervinden nadeel van deze zoveelste vernieuwing, ook de samenleving als geheel wordt er – net als bij veel van die eerdere ondoordachte onderwijsvernieuwingen - niet beter van. Onderzoek heeft immers aangetoond dat kinderen door gedwongen omgang met grote groepen leeftijdgenootjes geen goed sociaal gedrag leren vertonen en dat hierdoor zelfs hun empathieontwikkeling gevaar loopt, waardoor zij zich op latere leeftijd ongemanierder en egoïstischer gaan gedragen. Als er iets is waar onze toch al door toenemende verhuftering en korte lontjes gekenmerkte samenleving niet op zit te wachten, is het wel een onderwijsvernieuwing die deze trend nog verder versterkt.

Tot de gedupeerden van de laatste onderwijsvernieuwing behoren echter niet alleen de steeds vroeger van hun vrijheid en spel beroofde kinderen en de door een toenemend aantal aso’s overspoelde samenleving als geheel, maar ook de reeds eerder zwaar beproefde omwonenden van scholen. Werd hun reeds door toenmalig milieustaatssecretaris Cramer (PvdA) elke bescherming tegen geluidsoverlast ontnomen door haar besluit dat vanaf 1 januari 2010 geluidsnormen niet langer gelden voor schoolpleinen en kinderspeelplaatsen, nu wordt de overlast nog verder opgevoerd.

Door de schoolleeftijd te verlagen neemt immers niet alleen het aantal leerlingen per school/centrum toe, maar eveneens het aantal decibellen dat de school met haar buitenspelende kinderen produceert en ook de, toch al zeer lange, duur van deze overlast. Want niet alleen het aantal dagelijkse uren neemt toe, ook het aantal maanden waarin de school open is als gevolg van de introductie van  zogenaamde ‘flexibele vakanties’ in de ‘kindcentra’. Zelfs de zomervakantie, de enige tijd van het jaar waarin omwonenden konden verademen bij tijdelijke afwezigheid van het massale geschreeuw, gekrijs en gehuil van hun buur, wordt, uiteraard weer uit vooral economische motieven, afgeschaft. Er wordt dan weliswaar geen onderwijs gegeven, maar de afdeling kinderopvang blijft gewoon open.

Het zal echter wel weer gaan als altijd: ook al is iedereen er slechter mee af, een succesvolle lobby weegt in politiek Den Haag zwaarder dan het algemeen belang.


donderdag 5 juni 2014

ChristenUnie encanailleert zich met asociale Drentse fruitteler


De Drentse fruit- en aspergeteler Henk Sturing, die een fortuin verdient aan de verplichte tewerkstelling van gemeentelijke bijstandsontvangers, is lid van de ChristenUnie Midden-Drenthe, en naar verluid ook ouderling. Zijn bedrijf wordt door zijn partij, die deel uitmaakt van het plaatselijke college van B&W, gezien als “een belangrijk ‘leerwerkcentrum’, waar inwoners van onze gemeente worden begeleid in hun traject naar de arbeidsmarkt”.

Die inwoners zijn uiteraard niet alle inwoners van de gemeente, maar de plaatselijke sloebers, de bijstandsgerechtigden, die onbetaald moeten werken op het landbouwbedrijf van Sturing, en ook allerlei andere klusje moeten doen, waaronder het werken met kettingzagen en met chemicaliën en asbest zonder beschermende kleding te dragen. Vorig jaar deed de Arbeidsinspectie vanwege misstanden nog een inval op het bedrijf. Als zijn slachtoffers niet onmiddellijk doen wat Sturing ze opdraagt, worden ze rigoureus op hun uitkering gekort door de gemeente.

Eén van de door de gemeente gekorte personen, die al 11 maanden geen uitkering meer heeft ontvangen en een rechtszaak heeft aangespannen tegen de gemeente, kreeg van VVD-burgemeester Jan Broertjes het aanbod een groot deel (!) van haar gederfde uitkering te zullen terugkrijgen als ze zou stoppen met haar juridische procedure en verder de publiciteit zou mijden, die ze inmiddels had gezocht. Ondanks het aanbieden van dit zwijggeld - een vorm van corruptie en machtsmisbruik - waarvan de wakkere gedupeerde bijstandsgerechtigde door haar raadsman een geluidsopname had laten maken, mocht de burgemeester van de gemeenteraad van Midden-Drenthe aan het slot van een in verband met de kwestie belegde vergadering, gewoon blijven zitten.

Ondertussen trakteerde de fractie van de CU Midden-Drenthe doodleuk deelnemers van de Drentse rijwielroute vorig jaar en het jaar daarvoor, toen deze praktijken ook al gaande waren, op aardbeien van de firma Sturing, met prikkertjes met het logo van de partij erop.

Wie in Drenthe moet werken op het landbouwbedrijf van dit lid van de ChristenUnie, dat de volle steun geniet van de partij van zijn eigenaar, werkt niet bepaald in de wijngaard des Heren.

Zie voor berichtgeving over de misstanden in de sociale zekerheid in Midden-Drenthe onder meer de reportage van de regionale omroep RTV Drenthe:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/kamervragen-over-misstanden-bij-sociale-dienst-midden-drenthe


Een aardig vervolg op dit verhaal is te lezen in het Dagblad van het Noorden van 23-3-2015,
waarnaar hier de link:  http://www.dvhn.nl/nieuws/drenthe/fruitteler-klem-door-verzinsels-12375623.html

maandag 2 juni 2014

Een poging tot opheffing van het instituut Nationale Ombudsman



De Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken heeft vorige week de huidige directeur van de ANWB, Guido van Woerkom, voorgedragen als de nieuwe Nationale Ombudsman, opvolger van Alex Brennikmeijer, die in december zijn functie neerlegde. Van Woerkom is de enige kandidaat.

Taak van de Nationale Ombudsman is het onderzoeken van klachten van burgers over onbehoorlijk overheidsoptreden. Voor een goede uitoefening van deze taak is het dus van belang dat de Ombudsman een onafhankelijk oordeel durft te vellen, kritisch is en boven de partijen staat. Alex Brenninkmeijer was zo iemand. Door deze houding heeft hij zich niet geliefd gemaakt bij de VVD en de PVV, en eerder al bij voormalig CDA-premier Balkenende, waar men liever de stroopkwast gehanteerd ziet worden door de Ombudsman.

Doel van de benoeming lijkt dan ook vooral te zijn het voorkomen dat opnieuw een kritische, onafhankelijke geest als Brenninkmeijer de functie gaat bekleden.

De Marokkaanse gemeenschap is een actie gestart tegen de benoeming van Van Woerkom als Nationale Ombudsman omdat deze in het verleden – in grote tegenstelling tot zijn voorganger die het politieke klimaat in het huidige Nederland discriminatoir noemde – zelf een discriminerende opmerking heeft gemaakt over Marokkaanse taxichauffeurs en daarom geen Ombudsman van alle Nederlanders zou kunnen zijn.

Maar ook als niet-Marokkaanse Nederlander kan men bedenkingen hebben tegen de voorgenomen benoeming. Van Woerkom is weliswaar afgestudeerd in de rechten, maar toch vooral een lobbyist voor de autobranche, iemand uit het bedrijsleven en een VVD-prominent uit Oegstgeest, in welke functies hij vooral een polderaar was, een man van het compromis, die goede connecties heeft met de politiek, maar die waarschijnlijk onvoldoende kritisch is om deze waar nodig op de vingers te tikken. Uit zijn activiteiten tot nog toe valt ook geen enkele belangstelling voor burgerrechten of politiek engagement af te lezen.

Zijn benoeming op deze post zal dan ook waarschijnlijk de feitelijk opheffing van het instituut Nationale Ombudsman betekenen. In ieder geval voor de komende zes jaar. En weer een stap in de richting van Ruttes neoliberale dictatuur.

zondag 4 mei 2014

De 'Gelderlander' herdenkt NSB’er op vooravond 4 mei 2014



Het is blijkbaar besmettelijk daar in de Achterhoek. In de afgelopen jaren moesten ze in het Gelderse dorp Vorden op 4 mei zonodig van gemeentewege daar begraven liggende nazi-soldaten herdenken. Dit jaar herdenkt regionale krant de Gelderlander op de vooravond van de nationale dodenherdenking een Doetinchemse NSB’er, die ‘fout, maar niet verkeerd’ zou zijn geweest. Een nuance die voor wat minder subtiele geesten dan die welke huizen op de redactie van de Gelderlander niet nader wordt verklaard in de krant.

Dat o.k. zijn van de deze Doetinchemse NSB’er is althans de strekking van een artikel dat op 3 mei in deze regionale krant verscheen, maar dat geen enkel nieuws-element bevat, en dus kennelijk alleen tot doel heeft deze Doetinchemse NSB’er te herdenken. Of het moest zijn in één door  alle Nederlandse nazi-sympathisanten uit de oorlogstijd (genoemd worden ‘jodenjagers’, Nederlandse Waffen-SS’ers en leden van de NSB) te rehabiliteren, die in het betreffende stukje immers worden aangeduid als “ ‘foute’ (tussen aanhalingstekens) Nederlanders ”.

Moest de Gelderlander voor zijn rehabilitatie van een Doetinchemse NSB’er en andere nazi-sympatisanten nu echt de vooravond van 4 mei uitkiezen?

Dat de Gelderlander uitgerekend ook de krant is, waarin de later in Dachau vermoorde Rooms Katholieke priester Titus Brandsma, die al relatief vroeg publiekelijk tegen de nazi’s waarschuwde, in de jaren 1938-41 een wekelijkse column had, maakt dit alles nog wranger. Evenals het feit dat Brandsma, als adviseur van de Katholieke Dagbladpers, deze dagbladen in 1942 het verbod van de bisschoppen overbracht advertenties van de NSB op te nemen in hun kranten.

Hierop werd Brandsma onmiddellijk door de nazi’s gearresteerd en na een verblijf in gevangenissen en kampen vermoord (1942). In zijn laatste geschrift beschrijft de in 1985 als martelaar door de R.K. Kerk zalig verklaarde Brandsma, daartoe opgedragen door de Gestapo, in de gevangenis van Scheveningen, de motieven van zijn verzet tegen de NSB. Hij noemt er drie: het anti-nationale karakter van de beweging, de onbekwaamheid van haar gezagsdragers en het feit dat zij steun zoekt bij de Duitse bezettende macht, zie: Titus Brandsma, Het laatste geschrift van prof. dr. Titus Brandsma. Geschreven op last van de Gestapo in de strafgevangenis te Scheveningen op 22 januari 1942 (Tilburg 1944).

 

http://www.gelderlander.nl/regio/achterhoek/doetinchems-nsb-lid-was-fout-maar-niet-verkeerd-1.4342689

zaterdag 19 april 2014

2014: Vorden herdenkt zijn Duitsers nu 'officieus'



Dit jaar staat Vorden, het dorp in de Achterhoekse gemeente Bronckhorst, dat sinds enkele jaren berucht is vanwege het herdenken van nazi-soldaten tijdens de nationale dodenherdenking, niet officieel stil bij zijn gesneuvelde Duitse soldaten. Vorden is één van de zeer weinige dorpen in Nederland waar nog gesneuvelde Wehrmacht-soldaten liggen op de algemene begraafplaats.

Met dit ‘niet officiële herdenken’, zo meldt Omroep Gelderland op 16 maart jl., wordt de lijn voortgezet van vorig jaar, toen het plaatselijke 4 mei-comité en de gemeente Bronckhorst evenmin een oproep deden, zoals ze dat wel in 2012 hadden gedaan, om - in een verkeerd begrepen streven naar verzoening met de vroegere vijand - langs de graven van de Duitse soldaten te defileren. Bezoekers aan de herdenking deden dat niettemin massaal uit eigen beweging toch en veroorzaakten zo voor het tweede jaar op rij landelijke commotie rond de Nationale Dodenherdenking.

Over de oorzaak van de beleidswijziging van gemeente en het 4 mei-comité blijft het overigens een beetje gissen. Juist vorig jaar heeft men in Vorden immers van de rechter in een opmerkelijke uitspraak in hoger beroep te horen gekregen dat het herdenken van gevallen Wehrmacht-soldaten op 4 mei wel mag, en men wekt in het dorp evenmin de indruk zelf tot bezinning te zijn gekomen. Waarschijnlijk is men dus van besluit veranderd onder druk van verzetsorganisaties en uit angst voor nog meer commotie, terwijl men met de positieve reacties van neonazi’s ook niet onverdeeld gelukkig zal zijn geweest.

Van de schande van het Moffen-herdenkende Vorden zijn we daarmee als Nederland echter nog niet verlost. Want hoewel Vorden nu dus ‘officieel’ geen gesneuvelde Duitse soldaten uit WOII meer herdenkt op 4 mei, en er geen gezagsdragers meelopen in de herdenkingsstoet, gaat dat ‘officieus’ waarschijnlijk nog wel degelijk gebeuren, zoals de Vordense bevolking ook vorig jaar massaal langs de Duitsers defileerde, en bij wijze van stil protest tegen de rest van de betweterige wereld haar kinderen bloemen liet leggen op hun graven.

Om te voorkomen dat we elk jaar weer geconfronteerd worden met een dergelijke, al dan niet officiële,  wanvertoning in het niet voor rede vatbare Vorden, waar de geest weer uit de antisemitische fles is - op de websites van regionale Omroep Gelderland en sufferdje de Stentor zijn de anti-joodse uitlatingen al weer niet van de lucht - rest er nog maar één mogelijkheid: het herbegraven van de in Vorden liggende Duitse soldaten op de centrale Duitse begraafplaats in Ysselsteyn, waar vrijwel alle Duitse militairen uit WOII liggen verzameld, zodat het in het Achterhoekse dorp fysiek niet langer mogelijk is langs hun zerken te defileren. Snel doen dus!


Vorden, 4 mei 2013, defilé langs de Duitse soldatengraven



maandag 14 april 2014

Lasciate ogni speranza



De Groningse hoogleraar sociaal verzekeringsrecht Gijsbert Vonk is een moedig man. Anders dan veel van zijn collegae durft hij, wanneer daartoe aanleiding is, serieuze kritiek te hebben op ontwikkelingen binnen zijn vakgebied en een dergelijke kritische analyse zelfs te verwoorden - als een ware ouderwetse volksverheffer van sociaal-democratische snit - voor een gehoor waarvan deze collegae zich gewoonlijk verre houden, namelijk een van mensen met een bijstandsuitkering. Mensen met wie Vonk zich als ontvanger van wat hij noemt ‘een door de belastingbetaler opgebrachte uitkering in de vorm van een hoogleraarsalaris’ solidair verklaarde.

Na eind vorig jaar reeds in Leeuwarden in een volle zaal een vergelijkbaar gehoor te hebben geënthousiasmeerd, liet hij zich op 29 januari jl. uitnodigen bij een discussiebijeenkomst voor uitkeringsontvangers in Amsterdam. Daar sprak hij, evenals eerder in Leeuwarden, zijn bezorgdheid uit over het toenemende gebrek aan evenwicht tussen plichten en rechten in de steeds strenger wordende sociale zekerheidswetgeving, waarin het onderscheid tussen bijstandsgerechtigden en taakgestrafte criminelen dreigt te vervagen, feitelijk op grote schaal sprake is van in internationale mensenrechtenverdragen verboden ‘dwangarbeid of verplichte arbeid’ (‘forced or compulsory labour’), en, wat hij noemt, ‘revanchepraktijken’ van de zogenaamde ‘hardwerkende Nederlander’ aan de orde van de dag zijn.

Onze MP
 Naast zijn sombere analyse van een onder neoliberale en populistische invloed in rap tempo plaatsvindende afbraak van de sociale zekerheid, had Vonk ook een optimistische boodschap voor zijn tot gedwongen arbeid veroordeelde toehoorders. Een optimisme dat hij meende te mogen baseren op een recent verschenen uitvoerig stuk in de Volkskrant (van de dag voor Kerstsmis) onder de kop ‘Schoenen poetsen voor bijstand’ over deze misstand, die in Nederland voor het eerst sinds de jaren dertig feitelijk nu al tien jaar weer - maar in pers en media vrijwel ongesignaleerd – bestaat, met dank aan voormalig staatssecretaris Mark Rutte. Door het eindelijk verschijnen van een dergelijk artikel op de voorpagina van een grote landelijke krant zou volgens Vonk de discussie hierover eindelijk zijn gekanteld. Terwijl jarenlang het omgekeerde het geval is geweest en tegenstanders van gedwongen arbeid zich moesten verdedigen, zouden nu, na de publicatie van het Volkskrant-artikel, de voorstanders van de ‘verplichte tegenprestatie’ iets hebben uit te leggen.

Nu, een paar maanden later, blijkt echter hoe grondig de neoliberale hersenspoeling is geweest die de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden. Niet alleen komen er alleen maar meer werklozen in de bijstand, die vrijwel overal in het land zonder discussie gedwongen en op vernederende wijze te werk worden gesteld, en zich daartegen ook nauwelijks (durven) verzetten, geïntimideerd en ongeorganiseerd als ze zijn. Maar ook denkt de gemiddelde Nederlander - en zelfs de gemiddelde hedendaagse sociaal-democratische politicus - werkelijk dat een ‘verplichte tegenprestatie’ in ruil voor het laatste vangnet dat de bijstand is, volstrekt normaal is, en helemaal geen schending van een mensenrecht.

De stem van recht en beschaving is, ook in de Volkskrant, allang weer overstemd - en waarschijnlijk voorlopig voorgoed - door nog meer neoliberale breinwasserij en luide onderbuikgeluiden. En de discussie in de pers is, terwijl er aan de werkelijkheid nauwelijks iets is veranderd, en nadat zich na januari, eveneens in de Volkskrant, een zondvloed van publicaties van goedpraters van deze vorm van mensenrechtenschendingen in Nederland heeft voorgedaan, al weer verstomd.

Aan de goede wil van professor Vonk hoeven we, denk ik, niet te twijfelen. Alleen heeft hij zich laten verleiden tot een optimisme, waarvoor een betere inschatting van de macht van de neoliberale lobby en de duur en doeltreffendheid van haar framing hem had kunnen behoeden. Wie binnentreedt in het land van Mark Rutte en Ayn Rand kan alle hoop immers beter laten varen.