(Eerder verschenen op o.a. Konfrontatie Digitaal, 2-1-13)
De Europese Unie vaart sinds enkele decennia een duidelijk
neoliberale koers, waarbinnen afbraak van de sociale zekerheid een hoge
prioriteit geniet, en die leidt tot gevaarlijke sociale desintegratie.
Protest tegen dat beleid is zelfs in sociaal-democratische kring niet
meer te vinden. Daar is men zelf ook ‘hervormingsgezind’ geworden. Zelfs
de rechterlijke macht werkt op eigen wijze mee aan het sociale
afbraakbeleid. En laat zich daar ook nog eens flink voor betalen.
De Vlaamse publicist Geert van Istendael stelde in de onlangs door
hem gehouden Huizinga-lezing de afbraak van de sociale zekerheid in de
Europese Unie aan de kaak sinds daar vanaf de jaren tachtig een
neoliberale koers is ingezet. Deze onder gebruikmaking van de
economische crisis als een ‘shocktherapie’ à la Naomi Klein
gerealiseerde uitverkoop van de in de naoorlogse jaren moeizaam als
bescherming tegen ziekte, werkloosheid en een hoge leeftijd opgebouwde
sociale zekerheid, die in Nederland serieus begon met de feitelijke
afschaffing van de arbeidsongeschiktheidswet in 2006 en die inmiddels
ook een verhoging van de pensioenleeftijd en een almaar extremere
aanscherping van de bijstandswet behelst, vormt volgens Van Istendael
een gevaar voor de Europese beschaving.
Ook de filosoof John Gray en de voorzitter van de Europese
Anti-Racisme Beweging, Benjamin Abtan, wijzen erop dat de EU weliswaar
in de jaren na WO II een motor voor harmonisering en vrede in Europa is
geweest, maar zich juist nu, nu zij onlangs de Nobelprijs voor de Vrede
kreeg toegekend, als een motor voor desintegratie en extremisme heeft
ontwikkeld, die met haar rigoureuze bezuigingsmaatregelen in een toch al
krimpende economie zorgt voor een onhoudbare sociale situatie, waarin
nationalisme herleeft en opnieuw zondebokken worden aangewezen in de
vorm van minderheden.
Griekenland wordt in de armen van neonazi’s
gedreven en soortgelijke bewegingen ontstaan elders in Europa. Onze
‘Denker des Vaderlands’, Hans Achterhuis, had in een omvangrijke studie
het neoliberalisme al ontmaskerd als de zoveelste utopie. Wie, die niet
mede in het neoliberale technocratencomplot zit, zou het niet met Van
Istendael en zijn geestverwanten eens zijn?
Een van de meest verontrustende verschijnselen rond dit hele
sloopproces, waarbij met de sociale zekerheid, zoals Van Istendael
opmerkt, een kroonjuweel van de Europese geest - qua prestatie
vergelijkbaar met de kathedralen van Noord-Frankrijk en de symfonieën
van Beethoven - op de vuilnisbelt van de geschiedenis dreigt te worden
geworpen, is het volstrekte uitblijven, vooral in Nederland, van vrijwel
elke vorm van verontwaardiging of maatschappelijk protest: gemor valt
nauwelijks te horen onder de bevolking, die door pers en media met hun
al te nauwe banden met de politiek nauwelijks meer wordt voorgelicht.
Vakbonden zijn verzwakt en zwijgen in plaats van stakingen te
organiseren, sociaal- en christen-democratische politici volharden in
het afschudden van hun ideologische veren tot ze zo kaal zijn als
doodzieke papegaaien, en sommigen uit categorieën waarvan je het het
minst zou verwachten, steken de slopers van de sociale zekerheid zelfs
van harte een helpende hand toe.
Neem bijvoorbeeld de rechtspraak. De Arnhemse bestuursrechter en
vice-president bij de rechtbank aldaar, mr. Erik Klein Egelink, die
onder andere uitspraak gedaan heeft
in de geruchtmakende zaak van ‘schoffelweigeraar’ Bennie Beck in 2008,
waarin hij het beroep van een tot verplichte arbeid gedwongen
bijstandsgerechtigde gedeeltelijk honoreerde, leek daarmee in
vergelijking met veel andere rechters nog niet eens de beroerdste. Leek.
Eerder dit jaar kon men namelijk constateren dat deze zelfde rechter bij Utrechtse organisatie OSR Juridische Opleidingen,
die onder meer juridische medewerkers van gemeenten als doelgroep
heeft, als betaalde nevenfunctie cursussen geeft waarin geleerd wordt hoe men op het gebied van de
nieuwe, aangescherpte, bijstandswetgeving door een handige
interpretatie daarvan besluiten kan nemen, die weliswaar juridisch
dubieus en in strijd met internationale verdragen zijn, maar waartegen
de rechter binnen het kader van de Nederlandse wet niets kan ondernemen, en die dus, als men het goed aanpakt, zoals het op de website van OSR heet, judge proof zijn, ‘rechterbestendig’.
Dat de weer verder aangescherpte ‘Wet Werk en Bijstand’, waarin nu ook
een nog verdergaande ‘Tegenprestatie naar vermogen’ - gedwongen
tewerkstelling voor bijstandsontvangers - is opgenomen, dubieus is,
blijkt onder andere wel uit het advies van de toch als zeer
‘gouvernementeel’ bekend staande Raad van State aan voormalig
staatssecretaris De Krom van Sociale Zaken van 20 mei 2011 (*). In dat
advies waarschuwt de Raad de staatssecretaris dat ‘spanning…met
internationaalrechtelijke verplichtingen - de Raad doelt op artikel 4
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de
verdragen van de Internationale Labour Organisation (ILO) - dient te
worden weggenomen door te waarborgen dat de hiervoor bedoelde grenzen
worden gerespecteerd’. De staatssecretaris verklaarde in reactie op het
advies, in zijn zogeheten ‘Nader rapport’, evenwel dat de Raad dit niet
goed zag en er ‘geen spanning ontstaat met de door Nederland in
internationaal verband aangegane verplichtingen’. Waarna de wet door
beide Kamers werd geloodst, frictie met internationale verdragen of
niet.
Honderden gemeenten, waaronder vrijwel alle grote steden, hebben
sindsdien dankbaar gebruik gemaakt van de (geenszins kostenloze)
diensten van de rechter, aldus een ‘opleidingsmanager’van de
organisatie. Hoe de rechterlijke macht met behoud van onafhankelijkheid
cursussen kan geven die tot doel hebben zichzelf buiten spel te zetten
door besluiten van een andere staatsmacht zogenaamd ‘judge proof’ te
maken, is iets dat als een vraagteken ter grootte van een kraai rond
mijn hoofd blijft cirkelen.
* Zie hiervoor deze link (vooral de punten 2b en 2c)
De nieuwe Belgische regering Michel wil naar Nederlands voorbeeld nu ook daar dwangarbeid voor uitkeringsontvangers invoeren. De Belgische vakbonden en bevolking lopen er daar tenminste meteen tegen te hoop en noemen het - anders dan vaak in het eufemiserende Nederland - ook gewoon wat het is: dwangarbeid. Een voorbeeld voor het ingeslapen 'Olland'!
Het artikel is ontleend aan de Vlaamse krant De Morgen van gisteren:
Vakbonden: "Gemeenschapsdienst voor werklozen is dwangarbeid"
Eerste vakbondsacties gaan al van start in november, met grootschalige manifestatie in Brussel
De drie vakbonden, ABVV, ACV en ACLVB
bundelen de krachten voor een grootschalig gemeenschappelijk actieplan
tegen het regeerakkoord van Michel I, dat volgens hen "vol blinde
besparingen" staat. Het plan voor gemeenschapsdienst voor langdurig
werklozen wordt omschreven als "dwangarbeid". Naast de algemene
nationale staking op 15 december komen er ook 'maandagstakingen', al
vanaf november.
"Als verdedigers van de werknemers
en de mensen aangewezen op een uitkering, én als
middenveldorganisaties, hebben de vakbonden de morele plicht dit
akkoord naar de vuilbak te verwijzen", luidt het op de website van ABVV.
"Mensen
beginnen hun leven met besparingen en eindigen hun leven met
besparingen", verduidelijkte een misnoegde ABVV-topman Rudy De Leeuw
deze namiddag bij een persconferentie.
De koopkracht wordt onder
meer aangetast door de geplande indexsprong. "Er was al een light
indexsprong door het rommelen aan de indexkorf, maar deze kan tellen.
Het geld blijft bovendien in de zakken van de werkgevers, zonder enige
garantie op extra jobs", zei Jan Vercamst van ACLVB. Hij wees erop dat
samen met de lagere sociale bijdragen de werkgevers zo 3,1 miljard euro
cadeau krijgen. "Daartegenover staat enkel de doorkijktaks, maar die kan
de vergelijking met een doorkijkblouse doorstaan: verleidelijk maar
niets om het lijf."
"Dit regeerakkoord is doof voor werknemers en
iedereen die een sociale uitkering krijgt. Het is gul voor werkgevers
en vermogenden", klinkt het bij de liberale vakbond ACLVB.
Tax shift
De sociale correcties betalen de mensen zelf. De middelen komen immers uit de enveloppe welvaartsvastheid
ACV-voorzitter Marc Leemans
De voorzitters van de drie
vakbonden zijn van oordeel dat het regeerakkoord vol blinde besparingen
staat "die onze sociale zekerheid droogleggen, de openbare diensten
lamleggen, onze koopkracht vernietigen en bovendien ook nog eens jobs
kosten".
"Dat begint met de schoolverlater en de
inschakelingsuitkeringen, gaat verder via de werknemers en de
indexsprong en loonmatigingen om te eindigen bij onze
bruggepensioneerden en gepensioneerden", klinkt het.
De bonden
betreuren dat de lagere sociale bijdragen niet gecompenseerd zijn met
een 'tax shift'. De factuur wordt volgens de vakbonden uitsluitend bij
de loontrekkenden en uitkeringstrekkers gelegd. Ook een accijnsverhoging
op diesel treft de werkende mensen. Volgens Marc Leemans (ACV) is de
verhoging van de belastingforfait enkel een compensatie hiervoor.
De "slimme correctie" op de index waar de regering mee uitpakt voor de
laagste lonen, doet hij af als een leugen. "De sociale correcties
betalen de mensen zelf. De middelen komen immers uit de enveloppe
welvaartsvastheid. Ze hadden die correctie moeten krijgen bovenop de
index, maar krijgen nu slechts de helft."
Dwangarbeid
Snoeien om te bloeien, was het maar waar! De besparingen gaan het sociaal herstel doodknijpen
ACV-voorzitter Marc Leemans
De ACV-voorzitter vraagt zich ook
af "welke horror" er nog verstopt zit in de afspraken die rond de
begroting zijn gemaakt. "Wij vragen: show us the money!". Hij verwees
naar een bijkomende inlevering van 7 procent voor tijdelijk werklozen
door een andere berekening van de uitkering; en naar het wegvallen van
de aanvullende uitkering voor halftijds werklozen. "Het gaat hier om
meer dan 50.000 mensen, vier op vijf is vrouw, veelal uit slecht
betaalde sectoren als schoonmaak of distributie."
De
onbezoldigde gemeenschapsdienst werd afgedaan als een pesterij voor
steuntrekkers. "Binnen de Internationale Arbeidsorganisatie noemt men
dit dwangarbeid", zei Leemans. De hervorming van de wachtuitkering
dreigt jongeren, vooral in Brussel waar velen niet voortstuderen, in de
armoede te duwen.
De Belgische sociale zekerheid dreigt volgens
de ACV-voorzitter te ontaarden in een systeem van sociale bijstand.
"Courante risico's worden niet meer gedekt. De achterliggende idee is
'eigen schuld, dikke bult'. Snoeien om te bloeien, was het maar waar! De
besparingen gaan het sociaal herstel doodknijpen." Leemans verwijst
naar het feit dat ook in het regeerakkoord rekening werd gehouden met
400 miljoen euro minder inkomsten door de lagere koopkracht.
Op
de vraag of de vakbonden bereid zijn om nog met de regering aan tafel te
zitten, bleef men erg voorzichtig. "Enkel als de speerpunten
bespreekbaar zijn en aangepast kunnen worden, dan nemen we die
uitnodiging met beide handen aan. Als het gewoon een formalistisch
nummertje is, dan niet", aldus Leemans. Hij sprak over "een duidelijke
boodschap aan de regering". Men merkte nog op dat de bonden nog altijd
geen formele uitnodiging hebben ontvangen.
In het Parool van 13 september jl. is onder de kop SP-wethouder
Arjan Vliegenthart: ‘Dwangarbeid onjuiste term’ een stuk verschenen waarvan
de inhoud niet klopt. Hoewel hij door de presentators van het AT5-programma
waarvoor hij werd geïnterviewd, bijna geprest werd tot de uitspraak die het Parool
hem nu ook in de mond probeert te leggen, gaf de nieuwe Amsterdamse wethouder,
zoals ook te zien is in de bij het artikel gevoegde video, niet echt toe. En
dat is toch eigenlijk wel dapper te noemen.
Jammer is evenwel dat het hem
kennelijk niet te binnen schoot dat hij in plaats van het gewraakte woord ook
de term ‘verplichte arbeid’ (compulsory labour) had kunnen gebruiken.
Daarmee had hij zowel de verontwaardigde interviewers tevreden gesteld als
vastgehouden aan het SP-standpunt (dat in dezen ook het mijne is). Juridisch
gezien zijn beide termen vrijwel gelijkwaardig. Ze worden bijvoorbeeld ook
beide gebruikt in artikel 4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de
Mens (EVRM), waarin ‘dwangarbeid of verplichtearbeid (forced or compulsory
labour) wordt verboden voor landen, zoals Nederland, die het verdrag hebben
geratificeerd. De term dwangarbeid werkt nu eenmaal bij voorstanders van deze
zogenaamde ‘maatschappelijk nuttige tegenprestatie’ als een rode lap op een
stier. Dat maakt hem voor gebruik in het politieke debat, waar men ook
ideologische tegenstanders voor zijn standpunt moet proberen te winnen, minder
geschikt. In het dagelijks leven (en om tegenstanders waar nodig eens lekker te
tergen) kun je hem natuurlijk gewoon handhaven.
Wat wel blijft tegenvallen aan het
beleid van de nieuwe wethouder van Sociale Zaken in Amsterdam - dat moet na
deze eerdere lofprijzing toch worden gezegd - is dat hij de Amsterdamse
slachtoffers van het lokale dwangarbeidbeleid nog tot juni 2015 laat wachten
tot zijn verlost worden uit hun slavenbestaan (de datum uit het
college-akkoord). Mijnheer Vliegenthart en SP-Amsterdam: waarom krijgen zij
niet met onmiddellijke ingang gratie en wordt deze smet op het blazoen van onze
hoofdstad niet al morgen weggewist? Als het al niet officieel kan, dan in ieder
geval in de praktijk. Wees sociaal! Stuur geen werklozen meer naar
dwangarbeidcentra!
Dit artikel is eerder verschenen in Het Parool van 19-9-2014.
Een recente verklaring van de ILO (International Labour Organisation), die de Nederlandse pers bij mijn weten niet gehaald heeft. Ik neem het bericht over van het Vlaamse De Morgen:
De sociale zekerheid geldt als een fundamenteel mensenrecht. Meer dan
tweederde van de wereldbevolking heeft er echter geen toegang toe. En in
Europa, het "lichtende voorbeeld", wordt drastisch gesnoeid in het
sociale weefsel. In een dinsdag gepubliceerde studie, 'Wereldbericht
over sociale zekerheid 2014/2015', waarschuwt de Internationale
Arbeidsorganisatie ILO voor een verdere afbraak van het sociale stelsel
in de landen van de Europese Unie.
"Samen met de voortdurende werkloosheid, lage lonen en hoge belastingen
hebben deze maatregelen tot meer armoede en sociale uitsluiting geleid",
stelt de VN-organisatie.
En dan mag de EU-burger nog niet
klagen: sociale zekerheid is voor het grootste deel van de
wereldbevolking een verre droom. In de EU heeft de sociale afbraak
ondertussen "123 miljoen mensen getroffen, 24 procent van de bevolking".
Onder hen veel "kinderen, vrouwen, ouderen en gehandicapten".
De ILO wijst er op, dat in veel Europese landen rechtbanken hebben
vastgesteld dat de sociale afbraakmechanismen tegen de respectieve
grondwetten indruisen.
Om de globale financiële en economische
crisis te boven te komen - een crisis die niet aan de burger te wijten
was - hebben veel regeringen het kostenplaatje doorgeschoven naar de
bevolking, "die het al meer dan vijf jaar moet stellen met minder
arbeidsplaatsen en kleinere lonen". Door die ingreep is de crisis enkel
maar bestendigd, menen de ILO-deskundigen. "Minder gezinsinkomen leidt
tot minder binnenlandse consumptie en naar minder vraag. Dat heeft het
economisch herstel vertraagd".
Kortetermijnsdenken Als
reactie op de crisis is uit kortetermijnsdenken gegrepen naar
"hervormingen" die de verworvenheden van het naoorlogse Europese sociale
model volkomen hebben ondergraven. Dat model stond na de Tweede
Wereldoorlog nochtans garant voor vermindering van de armoede en
verhoging van de welvaart, kortom tot het ontstaan van een soliede
middenklasse.
Andere landen kozen evenwel voor uitbreiding van
hun socialezekerheidssystemen en hebben aldus groeistrategieën
ontwikkeld. Als leidend voorbeeld voor die strategie noemt de ILO China.
Dat land heeft intussen bijna een algeheel pensioenstelsel ontwikkeld
en heeft de lonen verhoogd. Ook Brazilië heeft als reactie op de crisis
de sociale zekerheid én het minimumloon uitgebreid. Maar op globaal vlak
oogt de toekomst nog somber: niet minder dan 73 procent geniet amper of
niet van een sociale beveiliging.
De gebrekkige toegang tot
sociale vangnetten bij werkloosheid net als na arbeidsongevallen, bij
ziekte of invaliditeit of door het moederschap "vormt een enorme horde
voor economische en sociale ontwikkeling".
Mensenrecht Vicedirectrice-generaal
van de ILO Sandra Polaski herinnert in het rapport eraan dat de
internationale gemeenschap in 1948 de sociale zekerheid en de
gezondheidszorg tot fundamentele mensenrechten had uitgeroepen. "In het
jaar 2014 is de belofte van een universele sociale bescherming voor de
grote meerderheid van de wereldbevolking nog onvervuld". Nochtans, aldus
de ILO, heeft de globale ecconomisch-financiële crisis aangetoond dat
er een evenredig verband is tussen economische groei en sociale
bescherming en dat doordat aldus het gezinsinkomen en, bij uitbreiding,
de binnenlandse consumptie in stand wordt gehouden.
In de eerste
fase van de crisis, 2008 en 2009, hielden veel landen daar nog rekening
mee. Maar sinds 2010 hebben veel regeringen de boeg omgegooid en zijn
zij de kaart van de begrotingsconsolidatie en de besparingsmaatregelen
beginnen uitspelen, ten koste van de weinig beschermde
bevolkingsgroepen.
Afgelopen vrijdag (27-6-14) stond in het Parool* een artikel van het
Amsterdamse PvdA-raadslid
Boutkan, waarin deze zich verontwaardigd betoont over
het gebruik door de SP van de term ‘dwangarbeid’ voor de verplichte
tewerkstelling die bijstandsgerechtigden in Nederland en ook in Amsterdam de
laatste jaren weer wordt opgelegd. Iets dat tot het aantreden van de
neoliberale kabinetten Balkenende en Rutte sinds de werkverschaffing in de
jaren ’30 in Nederland niet meer was voorgekomen.
Boutkan vindt het ‘schandalig en verwerpelijk’ dat de SP verplichte
tewerkstelling van bijstandsgerechtigden ‘systematische categoriseert als
dwangarbeid’. ‘Verplichte of gedwongen arbeid’ zijn evenwel in internationale,
ook door Nederland geratificeerde, mensenrechtenverdragen verboden. ‘Schandalig
en verwerpelijk’ zou het dus zijn deze werkelijkheid te ontkennen, zoals Boutkan,
de hele PvdA en vrijwel alle andere - eveneens tot het neoliberalisme bekeerde
- politieke partijen doen, die deze nieuwe kleren van de keizer nog steeds
blijven toejuichen en het jongetje dat roept dat de keizer in zijn blootje
loopt, willen bestraffen.
Inderdaad ‘ligt’, in de woorden van Boutkan, ook ‘de directe associatie met ‘slavenarbeid’,
‘Arbeitseinsatz’ en Noord-Koreaanse werkkampen voor de hand’. Lees de artikelen
over de gang van zaken bij de dwangarbeidcentra aan de Laarderhoogweg en het
voormalige militaire Hembrugterrein er maar eens op na, waar
bijstandsontvangers onder sadistische ‘werkmeesters’ onbeschermd worden
blootgesteld aan asbest, resten van wapens en explosieven en mogelijk zelfs van
mosterdgas.
Maar zelfs al zouden de arbeidsomstandigheden minder
onmenselijk zijn: gedwongen tewerkstelling van ontvangers van bijstand, het
laatste sociale vangnet, is in elk beschaafd land waar de ‘rule of law’ heerst
uit den boze. Dat een (voormalig) sociaal democratische partij als de PvdA dat
sinds het ‘afschudden van haar ideologische veren’ en haar neoliberale koers
onder Wim Kok niet meer vindt, verklaart ook haar enorme verlies aan
stemmen bij de vorige verkiezingen en het feit dat de SP sindsdien de sociaal
democratische erfenis bewaakt.
Curieus in het betoog van Boutkan is de verwijzing naar zijn
grootvader, die hij prijst vanwege het feit dat hij er tijdens WOII ‘alles aan
heeft gedaan om niet te werk gesteld te worden in Duitsland’. Dat niet een
bezettingsmacht maar hun eigen overheid de huidigebijstandsgerechtigden onder dwang te werk stelt, vindt
hij niettemin prima. Hoe grote tegenstrijdigheden kan één brein bevatten?
Ik hoop in ieder geval van harte dat bij de SP, die in de
recente coalitie-onderhandelingen in Amsterdam de afschaffing van de
‘tegenprestatie’ voor een uitkering heeft binnengehaald, de oproep van Boutkan
eenzelfde ideologisch verraad te plegen als dat wat de ondergang van de PvdA
heeft veroorzaakt, op dorre steengrond valt.
Verder verwijs ik naar een eerder artikel over deze problematiek van mijn hand, dat onder de titel Goedpraters van Nederlandse mensenrechtenschendingen onder meer te vinden is op de website Sargasso:
Naast mijn huis staat/stond een basisschool die deel
uitmaakt van een grote groep van meer dan twintig scholen waarover een soort
supermanager, ‘bovenschools directeur’ geheten, de scepter zwaait. Samen met de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de vereniging van
schoolleiders recentelijk bedacht dat het weer eens tijd is voor een
onderwijsvernieuwing en heeft zij daar succesvol voor weten te lobbyen.
Deze keer betreft de vernieuwing dus niet het voortgezet
onderwijs, waar een groot aantal ondoordachte onderwijsvernieuwingen
uiteindelijk heeft geleid heeft tot een parlementaire enquête door de commissie
Dijsselbloem, met als conclusie dat het nu eindelijk eens afgelopen moet zijn
met al dat ge-vernieuw waarbij de kwaliteit van het onderwijs op de achtergrond
is geraakt, maar het primaire onderwijs, waar ook al sinds jaar en dag de ene
verandering over de andere buitelt. Achtereenvolgens hebben we te maken gehad met
de lagere school, de basisschool, de brede school voor primair onderwijs en nu,
terwijl het modieuze concept van de ‘brede school’ (een uit de VS overgewaaide vorm
waarin onderwijs vermengd wordt met welzijnswerk) nog niet eens bezonken is, schieten
overal in Nederland - en dus ook
tegenover mijn huis - opeens weer ‘kindcentra’ als paddestoelen uit de grond.
Een kindcentrum biedt onderwijs en opvang aan kinderen van 0
(nul !) tot 12 jaar en is de gehele dag en het hele jaar open, combineert onder
één dak het geven van basisonderwijs met een kinderdagverblijf en met ruimte
voor voor-, tussen- en naschoolse opvang, en geeft beide ouders van het
bezoekende kind zo de kans onbelemmerd fulltime te werken, zoals de overheid
dat graag ziet. Tegelijk wordt zo het anti-emancipatoire schrikbeeld van de
niet-werkende moeder die na schooltijd met een kopje thee op haar kind wacht,
voorgoed naar de nevelen der geschiedenis verdreven.
Eén van de kenmerken van de huidige onderwijsvernieuwing is
dat kinderen nu vrijwel vanaf hun geboorte terecht kunnen op wat tot voor kort
‘school’ heette. De plaatselijke krant berichtte dat vanwege de toevoeging van
ruimten voor een peuterspeelzaal en voor buitenschoolse opvang onder hetzelfde
dak de naam ‘school’ dan ook uit ons vocabulaire wordt geschrapt en deze vanaf
nu ‘kindcentrum’ gaat heten. Voor het eerst in eeuwen gaan kinderen straks dus
niet meer naar school, maar naar een ‘centrum’.
Vanaf het moment dat het kind daar kort na zijn geboorte
zijn entree maakt, zal het tot aan zijn pensioen, waarvan de leeftijd ook
steeds verder wordt opgetrokken, zijn vrijheid kwijt zijn, aan allerlei eisen
moeten voldoen en in de maatschappelijke tredmolen meelopen. Al heel vroeg zal
het zich staande moeten houden in grote groepen huilende en krijsende leeftijdgenootjes
en blootgesteld worden aanprestatiedwang, want in plaats van onbekommerd ouderwets te mogen
spelen, moet het zo vroeg mogelijk ‘schoolrijp’gemaakt worden door middel van
wat genoemd wordt ‘spelend leren’, waarbij de nadruk ligt op het vroegtijdig
ontwikkelen van cognitieve vaardigheden en dan met name op de mathematische en
linguïstische onderdelen daarvan.
Is de term 'kindcentratiekamp' eigenlijk niet geschikter
voor zo'n plek waar de ongelukkige kinderen van 'hardwerkende Nederlanders' die geen tijd voor
hen hebben al vrijwel vanaf de dag van hun geboorte gedrild worden nog
productievere werknemers dan hun reeds volstrekt gestresste ouders te worden en
in een leven zonder vrijheid en vreugde verworden tot louter kanonnenvoer voor
de economie? Ik ben althans blij dat ik met mijn geboorte in de goede oude
jaren ’50 die dans in ieder geval ben ontsprongen.
Weliswaar blijft de huidige leerplichtleeftijd van vijf jaar
bestaan, maar er zal niet alleen sociale druk ontstaan op ouders om hun
kinderen toch reeds voor die leeftijd bij zo’n kindcentrum aan te melden, ook
zal het moeilijker worden een basisschool te vinden als een kind de voorschool
niet heeft bezocht omdat dit een aantekening oplevert in het big brother-dossier
dat tegenwoordig van alle kinderen wordt bijgehouden (het ‘digitale
kinddossier’). In feite ontstaat er zo een officieuze ‘peuterleerplicht’
bovenop de bestaande leerplicht.
Niet alleen de eraan onderworpen kinderen ondervinden nadeel
van deze zoveelste vernieuwing, ook de samenleving als geheel wordt er – net
als bij veel van die eerdere ondoordachte onderwijsvernieuwingen - niet beter
van. Onderzoek heeft immers aangetoond dat kinderen door gedwongen omgang met
grote groepen leeftijdgenootjes geen goed sociaal gedrag leren vertonen en dat
hierdoor zelfs hun empathieontwikkeling gevaar loopt, waardoor zij zich op
latere leeftijd ongemanierder en egoïstischer gaan gedragen. Als er iets is waar
onze toch al door toenemende verhuftering en korte lontjes gekenmerkte
samenleving niet op zit te wachten, is het wel een onderwijsvernieuwing die
deze trend nog verder versterkt.
Tot de gedupeerden van de laatste onderwijsvernieuwing
behoren echter niet alleen de steeds vroeger van hun vrijheid en spel beroofde
kinderen en de door een toenemend aantal aso’s overspoelde samenleving als
geheel, maar ook de reeds eerder zwaar beproefde omwonenden van scholen. Werd
hun reeds door toenmalig milieustaatssecretaris Cramer (PvdA) elke bescherming
tegen geluidsoverlast ontnomen door haar besluit dat vanaf 1 januari 2010
geluidsnormen niet langer gelden voor schoolpleinen en kinderspeelplaatsen, nu
wordt de overlast nog verder opgevoerd.
Door de schoolleeftijd te verlagen neemt immers niet alleen
het aantal leerlingen per school/centrum toe, maar eveneens het aantal
decibellen dat de school met haar buitenspelende kinderen produceert en ook de,
toch al zeer lange, duur van deze overlast. Want niet alleen het aantal
dagelijkse uren neemt toe, ook het aantal maanden waarin de school open is als
gevolg van de introductie vanzogenaamde
‘flexibele vakanties’ in de ‘kindcentra’. Zelfs de zomervakantie, de enige tijd
van het jaar waarin omwonenden konden verademen bij tijdelijke afwezigheid van
het massale geschreeuw, gekrijs en gehuil van hun buur, wordt, uiteraard weer uit
vooral economische motieven, afgeschaft. Er wordt dan weliswaar geen onderwijs
gegeven, maar de afdeling kinderopvang blijft gewoon open.
Het zal echter wel weer gaan als altijd: ook al is iedereen
er slechter mee af, een succesvolle lobby weegt in politiek Den Haag zwaarder
dan het algemeen belang.
De Drentse fruit- en aspergeteler Henk Sturing, die een
fortuin verdient aan de verplichte tewerkstelling van gemeentelijke bijstandsontvangers,
is lid van de ChristenUnie Midden-Drenthe, en naar verluid ook ouderling. Zijn
bedrijf wordt door zijn partij, die deel uitmaakt van het plaatselijke college
van B&W, gezien als “een belangrijk ‘leerwerkcentrum’, waar inwoners van
onze gemeente worden begeleid in hun traject naar de arbeidsmarkt”.
Die inwoners zijn uiteraard niet alle inwoners van de gemeente,
maar de plaatselijke sloebers, de bijstandsgerechtigden, die onbetaald moeten
werken op het landbouwbedrijf van Sturing, en ook allerlei andere klusje moeten doen,
waaronder het werken met kettingzagen en met chemicaliën en asbest zonder
beschermende kleding te dragen. Vorig jaar deed de Arbeidsinspectie vanwege
misstanden nog een inval op het bedrijf. Als zijn slachtoffers niet
onmiddellijk doen wat Sturing ze opdraagt, worden ze rigoureus op hun uitkering
gekort door de gemeente.
Eén van de door de gemeente gekorte personen, die al 11
maanden geen uitkering meer heeft ontvangen en een rechtszaak heeft
aangespannen tegen de gemeente, kreeg van VVD-burgemeester Jan Broertjes het aanbod
een groot deel (!) van haar gederfde uitkering te zullen terugkrijgen als ze
zou stoppen met haar juridische procedure en verder de publiciteit zou mijden,
die ze inmiddels had gezocht. Ondanks het aanbieden van dit zwijggeld - een
vorm van corruptie en machtsmisbruik - waarvan de wakkere gedupeerde
bijstandsgerechtigde door haar raadsman een geluidsopname had laten maken,
mocht de burgemeester van de gemeenteraad van Midden-Drenthe aan het slot van een
in verband met de kwestie belegde vergadering, gewoon blijven zitten.
Ondertussen trakteerde de fractie van de CU Midden-Drenthe doodleuk
deelnemers van de Drentse rijwielroute vorig jaar en het jaar daarvoor, toen
deze praktijken ook al gaande waren, op aardbeien van de firma Sturing, met
prikkertjes met het logo van de partij erop.
Wie in Drenthe moet werken op het landbouwbedrijf van dit
lid van de ChristenUnie, dat de volle steun geniet van de partij van zijn
eigenaar, werkt niet bepaald in de wijngaard des Heren.
Zie voor berichtgeving over de misstanden in de sociale
zekerheid in Midden-Drenthe onder meer de reportage van de regionale omroep RTV
Drenthe:
Een aardig vervolg op dit verhaal is te lezen in het Dagblad van het Noorden van 23-3-2015,
waarnaar hier de link: http://www.dvhn.nl/nieuws/drenthe/fruitteler-klem-door-verzinsels-12375623.html