vrijdag 3 januari 2014

OPEN BRIEF AAN HET NEDERLANDSE PARLEMENT




De geneugten van het Nederlandse oudjaar: gans opgeblazen met vuurwerk bij Maurik: foto Omroep Gelderland



Volksvertegenwoordigers van Nederland, smeedt het ijzer nu het heet is, verbiedt nu eindelijk het consumentenvuurwerk dat ons leven elk jaar maandenlang tot een hel maakt!


Na het zoveelste jaar opeen waarin ons land tijdens de weken rond de jaarwisseling verandert in een vuurwerkhel voor mens en dier doordat er in die tijd hier meer vuurwerk wordt afgestoken dan waar ook ter wereld, er honderden gewonden en zelfs een dode zijn gevallen, en door het steeds zwaarder wordende, niet meer van militaire projectielen te onderscheiden, vuurwerk huizen om de haverklap trillen op hun fundamenten en ruiten rinkelen in hun sponningen, lijkt er in de publieke opinie en bij bestuurders eindelijk een kantelpunt te zijn bereikt. Uit onderzoek blijkt dat een meerderheid van de bevolking vindt dat er een verbod moet komen op consumentenvuurwerk, terwijl ook een toenemend aantal burgemeesters, zoals Jozias van Aartsen van Den Haag, vindt dat het zo niet langer kan.

Op oudejaarsdag is het tegenwoordig – terwijl de herrie al in november is begonnen en nog voortduurt tot zeker half januari – niet één enkele minuut stil om bijvoorbeeld je van angst bijna gek geworden hond even uit te laten. Zijn blaas moet kennelijk ook maar ontploffen. Het welzijn van andere mensen en dieren in huis en in de natuur kan het tuig dat in de dagen rond de jaarwisseling de dienst uitmaakt in de openbare ruimte immers niets schelen. Als zij hun bommen maar elke minuut van de dag kunnen laten knallen! En om te laten zien hoezeer vuurwerk het slechtste in de mens naar boven haalt hebben ze er dit jaar ook nog maar een kat en twee ganzen bij opgeblazen. Een stuk vuurwerk in het achterwerk van het diertje, de lont aansteken en lachen maar!

Daarbij is, zoals gezegd, de explosieve kracht van de afgestoken troep in de loop der jaren zo groot geworden met de introductie van allerlei illegale Cobra’s en Big Boys en hoe die dingen mogen heten, en door het door de autoriteiten oogluikend toestaan in woonwijken van carbidschieten, dat je huis elke keer staat te schudden op zijn fundamenten en je je hele dagen in een regelrechte oorlogszone waant.

Een oogarts meldde vorig jaar op zijn website dat er in Nederland door het gevoerde vuurwerkbeleid ‘meer ogen verloren gaan dan in Syrië: Voor Nederland zou in deze dagen een negatief reisadvies moeten gelden'.

Dit jaar, terwijl er nog steeds niets veranderd is aan het beleid - politici, nog niet op de hoogte van de veranderde stemming, zijn immers bang dat dit hun wel eens stemmen zou kunnen kosten  (over populisme gesproken!) - kwam de Amerikaanse ambassade in Den Haag met een waarschuwing aan Amerikaanse staatsburgers in ons land voor de Nederlandse vuurwerkgewoontes rond de jaarwisseling: Nederlanders nemen het eind december niet zo nauw met de veiligheid van anderen, zo waarschuwt de ambassade. Voetgangers, fietsers en automobilisten moeten er rekening mee houden dat ze bestookt worden met zwaar vuurwerk. Ook kinderen en huisdieren zijn niet veilig.

Het is niet uit te leggen dat een overheid toestaat dat op haar grondgebied drie maanden van het jaar een feitelijke oorlogssituatie heerst, waarin burgers op straat levensgevaarlijke projectielen achterna geworpen kunnen krijgen en dieren wekenlang auditief gemarteld worden, als hun al geen nog erger lot beschoren is. Nederland is wat betreft het vuurwerk minstens even krankzinnig als Amerika met vuurwapens.

Volksvertegenwoordigers van Nederland, smeed het ijzer nu het heet is en neem eindelijk uw verantwoordelijkheid, doe uw populistische collega’s die denken dat het hun stemmen gaat kosten als ze een vuurwerkverbod bepleiten, inzien dat dit hun juist stemmen gaat opleveren, en verlos ons uit deze vuurwerkhel: verbied met onmiddellijke ingang al het consumentenvuurwerk.




zondag 29 december 2013

Een stel gevaarlijke Leidse corpsballen




Eén ding moet je Mark Rutte als politicus nageven: in tegenstelling tot de meeste van zijn collega’s houdt hij zijn woord. In 2006 beloofde hij dat hij de bijstand grotendeels zou afschaffen en voegde er later aan toe dat hij een beleid zou voeren ‘waarbij rechts Nederland zijn vingers aflikt’.

Wie een paar jaar later in de samenleving om zich heen kijkt, kan constateren dat - hoewel het aantal bijstandsuitkeringen als gevolg van de economische crisis en de verkorting van de duur van de WW niet spectaculair gedaald is - de sociale zekerheid in een paar jaar grotendeels is afgebroken, de koning officieel de overgang van de verzorgingsstaat naar de ‘participatiesamenleving’ heeft geproclameerd, en de overheid is teruggesnoeid tot de omvang van een Amerikaanse nachtwakersstaat. Personen jonger dan 27 jaar hebben geen recht meer op bijstand en wie deze uitkering boven die leeftijd aanvraagt wordt geconfronteerd met een maand wachttijd en vervolgens afgeschrikt met een eis tot ‘tegenprestatie’ voor zijn of haar uitkering en een mogelijke verhuisplicht. Kortom, dat alle rechtse dromen helemaal zijn uitgekomen.

Eén dag voor Kerstmis 2013 verscheen in de Volkskrant, als om iedereen die nog hardvochtiger is dan Scrooge te plezieren, het bericht dat uitkeringsgerechtigden in Amsterdam gedwongen worden tot vernederende dwangarbeid.* Een feit dat zich overigens niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland al jaren voordoet, maar in de met de politiek nauw verbonden mainstream pers nooit eerder werd vermeld.[1]

Om de volledige invoering van deze neoliberale agenda te vergemakkelijken zijn partijgenoten van Rutte de afgelopen tijd gekomen met een hele reeks wetten en voorstellen om niet alleen de sociale zekerheid maar tevens de rechtsstaat af te breken, waaronder drastische verhoging van de griffierechten, zware bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtshulp en een met ILO-verdragen strijdige inperking van arbeidsongeschiktheidsaanspraken.

Om de gedupeerde burger het helemaal onmogelijk te maken met enige kans op succes naar de rechter te stappen als zijn grondrechten door de VVD en haar coalitiepartners worden geschonden, werd door VVD-Kamerlid Joost Taverne op 6 september 2012 een wetsvoorstel ingediend - waaraan hij twee jaar had gewerkt - om rechterlijke toetsing van Nederlandse wetten aan internationale verdragen af te schaffen.*** Doel van het wetsvoorstel van deze jonge Leidse jurist is de directe werking van Europese mensenrechtenverdragen te blokkeren door deze afhankelijk te maken van goedkeuring door een parlementaire meerderheid en de politiek dus zichzelf te laten controleren. Zo moet het de rechter onmogelijk gemaakt worden nationale wetten buiten toepassing te verklaren wegens strijd met Europese verdragsbepalingen. Het middel dat de VVD voor dit snode plan wil aanwenden is een aanpassing van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, waarin de directe werking van internationale verdragen wordt geregeld, door daarin de clausule ‘behoudens voor zover bij wet anders is bepaald’ op te nemen.
Joost Taverne met Jort Kelder en een VVD-babe in de PC Hooftstraat


Hiermee borduurt Taverne voort op plannen die werden ontvouwd in een artikel in NRC-Handelsblad van 23 februari 2012 onder de titel ‘Verdragen mogen niet langer rechtstreeks werken’, van de hand van toenmalig VVD-fractievoorzitter Stef Blok, diens kompaan VVD-Kamerlid Klaas Dijkhoff en hemzelf.  En op een stuk van de publicitair uiterst succesvolle jonge Leidse jurist, ‘oikofiel’en Europese Hof-basher Thierry Baudet, eveneens in NRC-Handelsblad (13-11-2010), waarin deze pleitte voor een populistische dictatuur van de meerderheid: ‘Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vormt een ernstige inbreuk op de democratie’. Later (op 11-12-13) mocht ook een zekere Bastiaan Rijpkema in de Volkskrant nog een duit in dit nationalistische anti-mensenrechtenzakje doen met een opiniestuk getiteld ‘Alsjeblieft niet nóg meer mensenrechten’. Deze Rijpkema bleek ook al gestudeerd te hebben in Leiden, evenals Taverne en Baudet.  
Waarmee wel opvalt hoezeer alumni van de Leidse Rechtenfaculteit zijn oververtegenwoordigd in deze optocht van anti-toetsingsactivisten van VVD-huize. En men zich afvraagt of blogster/promovenda(?) Maria Trepp toch gelijk heeft als zij de Leidse Rechtenfaculteit (Baudet, Cliteur, Kinneging, Ellian) kenschetst als ‘een broedplaats van Nederlands uiterst rechts’, die gelieerd is aan de neoconservatieve Edmund Burke Stichting en ‘een denktank van Geert Wilders’ zou zijn, geïnteresseerd in het opleiden van een nieuwe conservatieve ‘elite’.****

Op 27 november 2013 mocht Taverne zijn wetsvoorstel nogmaals bepleiten in de Volkskrant en besteedde ook de NRC er opnieuw aandacht aan. Weer drie dagen later werd zijn voorstel toegejuicht door Baudet in een opiniestuk op The Post Online: ‘Hoera voor Taverne (VVD): niet méér toetsing, géén toetsing!’

In schril contrast hiermee moest het bericht dat bijstandsgerechtigden tegenwoordig verboden dwangarbeid moeten verrichten in ruil voor hun uitkering vele jaren wachten voor het doordrong tot een grote landelijke krant.

Gelukkig is het wetsvoorstel van Taverne niet alleen boosaardig, maar ook ineffectief,[2] en maakte de VVD zich er in juridisch Nederland ‘onsterfelijk belachelijk’ mee (Joseph Fleuren, docent algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen), terwijl daarnaast  zowel de Raad van de Rechtspraak als de Raad van State er uiterst kritisch op reageerden.*****

Conclusie: zowel de VVD-fractie als de Leidse Rechtenfaculteit worden bevolkt door een aantal brallerige corpsballen die weliswaar zichzelf voor schut zetten, maar in potentie niet ongevaarlijk zijn.











[1] Zelf heb ik er wel al in 2007 bekendheid aan proberen te geven in het Katholiek Nieuwsblad in een artikel getiteld ‘Kleerhangers sorteren of creperen’, dat o.a. nog te vinden is op de website van Solidariteit, ** maar dat door de redacties van de Volkskrant, de NRC, Trouw en andere kranten als ‘geen nieuws’ werd beschouwd.


[2] Immers, zelfs als het de VVD zou lukken zowel in de Tweede als de Eerste Kamer de benodigde tweederde meerderheid te vinden voor de grondwetswijziging, zou een aanpassing van genoemde Grondwetsartikelen alleen invloed hebben op nieuwe verdragen (althans in zoverre het geen verdragen betreft uit de tekst waarvan valt op te maken dat deze 'een ieder verbindend' zijn), terwijl de verdragsteksten die een steen des aanstoots vormen voor de VVD (bepalingen over sociaal- en migratierecht) vooral bepalingen zijn uit het EVRM-verdrag, dat al in 1954 is goedgekeurd door de Staten Generaal.
    Verder zijn vergelijkbare mensenrechtennormen sinds het verdrag van Lissabon (2009) ook opgenomen in het grondrechtenhandvest van de EU, waarvan het recht zich geheel onttrekt aan de invloed van de nationale wetgevers en parlementen. En tenslotte ontslaat het ontnemen van rechtstreekse werking aan verdragsbepalingen Nederland niet van de plicht zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de verdragsbepalingen waaraan het hoe dan ook gebonden blijft. Kort samengevat: internationale verdragen gaan boven nationale wetgeving waarvan ook de Grondwet deel uitmaakt. Wijziging daarvan heeft dus geen invloed op de reikwijdte van internationale verdragsbepalingen.






woensdag 27 november 2013

Voorstel Blok c.s. niet alleen boosaardig, maar ook ineffectief


Het voorstel van VVD-fractievoorzitter Stef Blok en de zijnen, dat zij onlangs deden in een artikel in NRC Handelsblad (23-2-12) om via een grondwetswijziging de mensenrechten feitelijk op te heffen in Nederland, maakt deel uit van twee ontwikkelingen in het de laatste jaren door uiterst rechts gedomineerde Nederland.

Hetze tegen Europees Hof

De eerste hiervan is die welke juriste Ties Prakken in haar verontwaardigde reactie op dit artikel het 'anti-mensenrechtendiscours' noemde (NRC 25-2), een in Nederland vooral door de rechtenpromovendus en neoconservatieve columnist Thierry Baudet begonnen, door coalitiepartner VVD verwelkomde, hetze tegen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat ervan wordt beschuldigd zijn bevoegdheden te hebben opgerekt en zich schuldig te maken aan ondemocratische praktijken en dat, als het zijn koers niet drastisch wijzigt, maar moet worden opgeheven.

Verontrustend discours

Dat een dergelijk voorstel tot opheffing van het Europese Hof uitgerekend werd gedaan in Nederland, dat bijna het enige land van de EU is waar de nationale rechters wetten ook al niet mogen toetsen aan de Grondwet en geen Constitutioneel Hof bestaat, zodat Europese controle op naleving van de mensenrechten hier dus nog dringender gewenst is dan elders, maakt dit discours des te verontrustender. 

Minimumstraffen

Een tweede ontwikkeling is het heimelijke VVD-streven om te komen tot afschaffing van de rechtsstaat in Nederland om de realisering van zijn neoliberale agenda nog verder te vergemakkelijken. Hiertoe zijn bewindslieden en Kamerleden van deze partij in korte tijd met een hele reeks wetten en voorstellen daartoe gekomen: inperking van de toegang tot het recht door drastische verhoging van de griffierechten (Opstelten), zware bezuinigingen op de gesubsidieerde rechtshulp (Teeven), inperking van de macht van de rechter door invoering van minimumstraffen (Opstelten/Teeven), met ILO-verdragen strijdige inperking arbeidsongeschiktheidsaanspraken, gedwongen tewerkstelling van bijstandsgerechtigden, verhuisplicht werklozen (Kamp/De Krom), voorstel tot schrappen van vrijheid van godsdienst (Hennis), etc., etc.

Snood plan

Om de burger helemaal te beletten met enige kans op succes naar de rechter te kunnen stappen als zijn grondrechten door het door de VVD met zijn coalitie- en zijn gedoogpartner gevoerde beleid worden geschonden, wil VVD-fractievoorzitter Stef Blok nu zelfs de directe werking van Europese mensenrechtenverdragen blokkeren door deze afhankelijk te maken van goedkeuring door een parlementaire meerderheid.

Zo moet het de rechter onmogelijk worden gemaakt nationale wetten buiten toepassing te verklaren wegens strijd met Europese verdragsbepalingen. Het middel dat Blok voor dit snode plan wil aanwenden is een aanpassing van de artikelen 93 en 94 van de Grondwet, waarin de directe werking van internationale verdragen wordt geregeld, door daarin de clausule 'behoudens voor zover bij wet anders is bepaald' op te nemen.

Verdragen gaan voor

Deze vlieger gaat echter niet op. Zelfs niet als het Blok zou lukken hiervoor zowel in de Tweede als de Eerste Kamer de benodigde tweederde meerderheid te vinden. In de eerste plaats zou een aanpassing van genoemde Grondwetsartikelen alleen invloed hebben op nieuwe verdragen (althans in zoverre het geen verdragen betreft uit de tekst waarvan valt op te maken dat deze 'een ieder verbindend' zijn), terwijl de verdragsteksten die een steen des aanstoots vormen voor de VVD (bepalingen over sociaal- en migratierecht) vooral bepalingen zijn uit het EVRM-verdrag, dat al in 1954 is goedgekeurd door de Staten Generaal.

Verder zijn vergelijkbare mensenrechtennormen sinds het verdrag van Lissabon (2009) ook opgenomen in het grondrechtenhandvest van de EU, waarvan het recht zich geheel onttrekt aan de invloed van de nationale wetgevers en parlementen. En tenslotte ontslaat het ontnemen van rechtstreekse werking aan verdragsbepalingen Nederland niet van de plicht zijn nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met de verdragsbepalingen waaraan het hoe dan ook gebonden blijft. Kort samengevat: internationale verdragen gaan boven nationale wetgeving waarvan ook de Grondwet deel uitmaakt. Wijziging daarvan heeft dus geen invloed op de reikwijdte van internationale verdragsbepalingen.

Tiranniek

Het voorstel van Stef Blok c.s. is dus niet alleen boosaardig, maar leidt (gelukkig) evenmin tot het door hen beoogde doel. Het is niet meer dan vals geblaf voor de PVV- en VVD-Bühne. Wel legt het de ware aard van de huidige VVD bloot, die onder invloed van Wilders ronduit tirannieke trekken is gaan vertonen.

Artikel gepubliceerd Katholiek Nieuwsblad 5-3-12

Krankzinnig 'oikofiel' wetsvoorstel VVD-er Joost Taverne nogmaals bepleit

Vandaag pleit VVD-kamerlid Joost Taverne is De Volkskrant opnieuw voor een wetsvoorstel dat hij eerder indiende (6-9-12, nr. 33359) om rechterlijke toetsing van Nederlandse wetten aan internationale verdragen af te schaffen en daarmee feitelijk de rechtsstaat op te heffen.

Daarmee borduurt hij voort op een artikel van gelijke strekking van de hand van toenmalig VVD-fractievoorzitter Stef Blok en diens handlanger Klaas Dijkhof in NRC-Handelsblad van 23-2-12. En op een stuk van de populaire neo-nationalist, 'oikofiel' en Europees Hof-basher Thierry Baudet.

Naar aanleiding daarvan een herplaatsing hierboven van een eerdere reactie van het stuk van Blok en een verwijzing naar een reactie op Baudet, genoemd 'Pleidooi voor een dictatuur van de meerderheid', elders op dit blog.

donderdag 31 oktober 2013

Het topje van de grafheuvel



Het is dat een dappere co-assistente aan de bel trok, anders had die euthanasiaste huisarts Tromp uit het Noord-Hollandse Tuitjenhorn waarschijnlijk nog lange tijd ongestoord patiënten ‘naar’, zoals hij het noemde, ‘de lieve heer’ kunnen ‘helpen’, bij wie hij inmiddels door eigen hand ook zelf zijn opwachting heeft gemaakt.

De huisarts in kwestie heeft voor de ogen van de hem toegewezen co-assistent een terminaal zieke patiënt, ondanks het feit dat deze zijn eerdere euthanasieverzoek had herroepen en uiteindelijk had gekozen voor ‘palliatieve sedatie’, onvoorstelbaar grote, illegale, doses morfine en dormicum (een slaapmiddel) ingespoten, zijn stagiaire daarbij min of meer pressend tot medeplichtigheid. Ze mocht er niets over vertellen aan haar opleiders in het Amsterdams Medisch Centrum (AMC). Palliatieve sedatie vond hij teveel papieren rompslomp, en de vergelijkenderwijs toch al zeer liberale Nederlandse euthanasiewet te omslachtig. Deze of vergelijkbare dingen (het toedienen van helium en zelfs een plastic zak over het hoofd trekken) deed hij altijd in dit soort situaties en ‘als je het niet zo doet was je’ volgens Tromp ‘een lapzwans’. Na de snelle dood van de patiënt maakte de joviale huisarts met de co-assistente,  tegen haar wens, het triomfantelijke handgebaar dat bekend staat als de high five.

Dat een dergelijke gang van zaken in een huisartsenpraktijk in de openbaarheid komt, was een kwestie van tijd in een land waar al decennia lang vrijwel non stop propaganda wordt gemaakt voor een zo vrij mogelijke euthanasiepraktijk, tegenstanders daarvan systematisch niet aan het woord worden gelaten, de kritiek die het VN-mensenrechtencomité al in 2001 leverde op het gebrek aan bescherming van het leven in de Nederlandse euthanasiewet door opeenvolgende regeringen zelfgenoegzaam wordt afgewezen en de criteria voor euthanasie nog steeds verder worden opgerekt.

Dat praktijken als in Tuitjenhorn geen uitzondering maar veeleer regel zijn, bleek ook uit de uitzending van Nieuwsuur van 24 oktober jl. , waarin een huisarts uit het Drentse Nijeveen verklaarde dat de handelwijze van zijn Noord-Hollandse collega helemaal niet zo bijzonder is, dat hij die zelf ook volgt, en dat men in een stervenssituatie vaak gewoon geen tijd heeft om volgens de regels te handelen. Een verpleegkundige in dezelfde uitzending schatte dat 80% van de huisartsen net zo handelt als Tromp. Deze werd door de presentatrice van het programma, zonder nadere motivering, ook nog een ‘zeer gerespecteerde huisarts’ genoemd en een collega-dokter verklaarde nadrukkelijk dat aan Tromps zuivere bedoelingen vooral niet getwijfeld moest worden.

Hetzelfde verklaarde de rechtbank Zutphen in de ongeveer terzelfder tijd spelende affaire Heringa, waarin een man die zijn oude pleegmoeder, die ‘der dagen zat’ was, hielp bij zelfmoord door gifpillen voor haar te verzamelen en wel schuldig werd bevonden, maar geen straf kreeg opgelegd. Ook hij zou volgens de rechter immers hebben gehandeld uit naastenliefde en zuivere bedoelingen. Een rechter moet in een rechtsstaat echter oordelen of iemand al dan niet in overeenstemming met de wet heeft gehandeld, niet over de vraag uit welke motieven hij dit heeft gedaan (als hij dat al zou kunnen, want wie is in staat de motieven van een ander volledig te doorgronden). Wie zegt dat een belangrijk motief voor Heringa ook niet is geweest dat hij de kans schoon zag nu eens lekker landelijke bekendheid voor zichzelf te verwerven met zijn daad, die hij immers ook uitvoerig documenteerde en voor het vertellen waarover hij alle talkshows afliep die bereid waren hem te ontvangen?

Ook aan bijval van het grote publiek hebben onze euthanasiehelden immers geen gebrek. Terwijl het AMC waarvan de co-assistente afkomstig is, hate-mail ontvangt, en huisartsen laten weten geen prijs meer te stellen op stagiairs van dat ziekenhuis, kan men in sociale media lezen dat de dokter uit Tuitjenhorn een standbeeld verdient, en is de vrouw van de ‘naar de lieve heer geholpen’ patiënt de dokter dankbaar. Voor moederdoder Heringa werd bij zijn aankomst bij de rechtbank - huiveringwekkenderwijs - door omstanders luid en langdurig geapplaudiseerd, zoals te zien en te horen valt op het filmpje dat de plaatselijke Stentor op YouTube geplaatst heeft van die gebeurtenis.* 

En uitgerekend nu - na deze gebeurtenissen, en bovendien in een tijd waarin zwaar op zorg wordt bezuinigd en de samenleving steeds sterker gericht is op productiviteit, participatie en economisch nut, waardoor ouderen en zieken zich langzaamaan een last voor de samenleving kunnen voelen en sociale druk ervaren om daarom maar om een ‘vrijwillige’ dood te vragen  - wil minister Schippers van Volksgezondheid, als een waardig opvolgster van Els -het is volbracht-  Borst van Dood66, laten onderzoeken of de regels rond euthanasie niet nog verder moeten worden verruimd.

De lobby van Magere Hein blijft in Nederland onverminderd actief.




maandag 7 oktober 2013

Vuurwerkhel 2012

(December begint al weer te naderen. Vandaar een herhaling van een stukje van begin januari.)

Hoewel volgens de gebruikelijke overheidspropaganda de jaarwisseling weer 'rustig verlopen' is, was de werkelijke overlast dit jaar groter dan ooit eerder. Een wekenlange hel voor mens en dier.
Zo is er op oudejaarsdag 2012 - terwijl de herrie in november al was begonnen en nog voortduurt tot zeker half januari - niet één enkele minuut stilte geweest om bijvoorbeeld je van angst bijna gek geworden hond even uit te laten. Diens blaas moest op die 31 december dus maar ontploffen. Het begrip empathie is in Nederland definitief afgeschaft: 'Als ik mijn bommen maar lekker elke minuut van de dag kan laten knallen'. Ook een jongen die door rondvliegend vuurwerk geraakt was, werd door omstanders in Zaandam niet geholpen aan water voor de door hem opgelopen brandwond, zoals de politie verzocht.

Daarbij is de explosieve kracht van de afgestoken troep in de loop der jaren zo groot geworden met de introductie van allerlei illegale Cobra’s en Big Boys en door het door de autoriteiten oogluikend toestaan in woonwijken van carbidbussen uit Kinkelonië, dat je fundamenten om de haverklap trillen en je ruiten in hun sponningen rinkelen, en je je hele dagen in een regelrechte oorlogszone waant. Een oogarts meldde op zijn website dat er in Nederland door het gevoerde vuurwerkbeleid meer ogen verloren gaan dan in Syrië:  Voor Nederland zou in deze dagen een negatief reisadvies moeten gelden'.

Het is niet uit te leggen dat een overheid toestaat dat op haar grondgebied drie maanden van het jaar een feitelijke oorlogssituatie heerst, waarin de burgers op straat levensgevaarlijke projectielen achterna geworpen kunnen krijgen en dieren wekenlang auditief gemarteld worden. Nederland is wat betreft het vuurwerk even krankzinnig als Amerika met wapens.

Politici van Nederland, neem eindelijk uw verantwoordelijkheid, verlos ons uit deze vuurwerkhel: verbied met onmiddellijke ingang al het consumentenvuurwerk.



Aanvulling:

Dit jaar (2013)  - er is natuurlijk nog steeds niets veranderd aan het beleid (dat zou politici wel eens stemmen kunnen kosten - over populisme gespoken!) - komt de Amerikaanse ambassade in Den Haag met een waarschuwing voor de Nederlandse vuurwerkgewoontes rond de jaarwisseling aan Amerikaanse staatsburgers in Nederland, die wel erg veelzeggend is:

 http://www.telegraaf.nl/binnenland/22174075/__Ambassade__Pas_op_vuurwerkaso_s__.html?cid=rss

donderdag 3 oktober 2013

Tsjechië leert ons een lesje onafhankelijk rechtspreken



Palace of the Court (panoramatic view)



De Groningse hoogleraar sociaal verzekeringsrecht Gijsbert Vonk wees in zijn lezing Law and the rise of the repressive welfare state, gehouden voor de conferentie 2013 van het European Institute of Social Security in Luxemburg, op het verschijnsel dat Europese verzorgingsstaten - Vonk bespreekt de situatie in Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië - zich in rap tempo ontwikkelen tot strafstaten. Uitkeringsontvangers worden onder neoliberale en populistische invloed steeds vaker gesanctioneerd, gedrild, gecriminaliseerd en vernederd, louter vanwege het feit dat zij een beroep moeten doen op hun recht op inkomensondersteuning door de overheid.

Een van de manieren waarop dit gebeurt, is bijstandsgerechtigden in ruil voor hun uitkering (en op straffe van korting daarop en intrekking daarvan) gedwongen te werk te stellen (meestal het verrichten van geestdodend en/of zwaar lichamelijk werk, zoals schoffelen en schoonmaken van de openbare ruimte), zonder dat zij daarvoor loon ontvangen. Daarbij zijn de regels waaraan deze werkzaamheden moeten voldoen zelfs minder streng dan die welke gelden voor arbeid voor taakgestrafte criminelen. De kwalificatie ‘verplichte of gedwongen arbeid’, zoals genoemd en verboden in internationale mensenrechtenverdragen, lijkt hier dan ook op zijn plaats.

Speciale aandacht in zijn lezing heeft de jurist Vonk hierbij voor de wijze waarop de rechterlijke macht reageert op deze toenemende trend van repressie in de sociale wetgeving en voor de vraag of zij voldoende tegenwicht biedt om het evenwicht te bewaren tussen plichten en rechten van de (in dit geval bijstandsgerechtigde) burger, waarvan in rechtsstaten immers sprake dient te zijn. Als de wetgever te sterk de nadruk legt op de plichten is het de taak van de rechter het evenwicht te herstellen.

Vonks conclusie is dat rechters, zowel in Nederland, als in Duitsland en Engeland, soms wel geneigd zijn een licht kritische houding aan te nemen tegen onevenwichtige overheidsmaatregelen, maar dat zij als puntje bij paaltje komt de hier gerechtvaardigde implicatie ‘verboden dwangarbeid’ systematisch vermijden (‘avoid the forced labour implications’), waardoor de ontstane onbalans nu al vele jaren in tact blijft. ‘For a long time there were hardly any national or international cases in which concrete decisions of social security administrations to withhold benefit rights were considererd to be in violation of any of these (fundamental)  rights.’ De gerechtshoven in genoemde landen ‘reject outright the relevance of the prohibition of forced labour in social security cases’, aldus Vonk. Een beroep op dit verbod door klagers wordt door de rechtbanken immers bijna standaard ongegrond verklaard. En het argument dat zij daarvoor aanvoeren - er is niet echt sprake van druk of dwang, men kan het werk ook weigeren - is niet steekhoudend.

Zeer opmerkelijk en verkwikkend is dan ook de uitspraak van het Tsjechische Constitutionele Hof van 27 november 2012, die hier weinig aandacht heeft getrokken (al heeft er wel een bericht over in Trouw en op Presseurop gestaan), maar die wel korte metten maakte met een wet, die vanaf januari 2012 van kracht was, en die bestemd was om ook in de Tsjechische Republiek verplichte tewerkstelling voor werklozen in te voeren. De wet bepaalde dat werklozen een straf opgelegd kregen (in de vorm van inhouding van hun uitkering) als ze gedwongen arbeid weigerden.

De zaak werd aangekaart door enkele Tsjechische parlementariërs, die betoogden dat a. de nieuwe wet in strijd was met de conventies van de International Labour Organisation (ILO) b. de wet in strijd was met het verbod op verplichte of gedwongen arbeid uit artikel 4 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), en c. de wet in strijd was met recht op sociale zekerheid zelf (zoals vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest(ESH).

Het Constitutionele Hof keurde daarop onder verwijzing naar bovengenoemde mensenrechtenverdragen dat deel van de nieuwe wet af, dat bepaalde dat werklozen een straf opgelegd krijgen als ze gedwongen werk weigeren met, zo schreef het Tsjechische dagblad Lidové noviny, als motivatie dat ‘de rechters van het Hof van mening zijn dat de overheid werklozen behandelt alsof het mensen zijn in een werkkamp. ‘Mensen moesten (onder de nieuwe wet) werken zonder daarvoor betaald te krijgen, waarbij ze vaak dezelfde kleur hesjes moesten dragen als mensen die tot taakstraffen waren veroordeeld. Dat is een inbreuk op hun waardigheid. Volgens de rechters is dat onvoorstelbaar, vooral omdat deze mensen vaak jarenlang of zelfs tientallen jaren hebben gewerkt. Bovendien werden de werkzaamheden door de autoriteiten naar eigen goeddunken gekozen.’ Een situatie die Nederlandse bijstandsgerechtigden niet onbekend zal voorkomen.

Op deze wijze, zo gaat het in het vonnis verder, ‘dient de verplichting tot het accepteren van een aanbod van een publieke dienst niet tot beperking van sociale uitsluiting, maar juist tot intensivering daarvan’.

Feitelijk kraakt Vonk in zijn lezing de gouvernementeel georiënteerde Nederlandse bestuursrechtspraak in dezen en stelt hij de glasheldere, compromisloze houding van het waarlijk onafhankelijke Tsjechische Hof tegenover de harde repressie in de sociale wetgeving van steeds meer Europese landen ten voorbeeld aan hun rechters. Dit om het verloren evenwicht tussen rechten en plichten in de sociale wetgeving te herstellen en als noodzakelijk tegenwicht tegen nationale wetgevers die zich zo hard opstellen tegen hun burgers dat daar inmiddels sprake is van jarenlange schendingen van mensenrechten. Hij raadt deze rechters dan ook aan dit vonnis eens goed te bestuderen.

Vonk besluit zijn betoog vervolgens fijntjes met de woorden: ‘One wonders how the Czech court would have looked upon the Mandatory Work Programmes applying in the Netherlands (de maatschappelijk nuttige tegenprestatie), Germany and the UK. Would they pass the test? I doubt it.’ En ik niet minder.


Link naar uitspraak Tsjechische Hof: http://www.usoud.cz/en/decisions/?tx_ttnews[tt_news]=1814&cHash=da4ccfa835ec017dd7db8a124460297f

Een vergelijkbaar betoog heeft Vonk onlangs onder de titel 'Repressieve verzorgingsstaat' gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad (17-1-14, Aflevering 2), waarnaar hier de link: 
http://rechten.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/2014/reprve/2014_repressieve_verzorgingsst_1.pdf