vrijdag 11 november 2016
Nu al stemmen voor afzettingsprocedure Donald Trump
Nog geen twee dagen na de verbijsterende uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezing van 2016 met hun ongelooflijke keuze voor de dubieuze vastgoedmagnaat Donald Trump als winnaar, wordt er, behalve dat er in de hele natie felle protesten tegen Trump als president zijn, in de VS al gesproken over de mogelijkheid om een impeachment-procedure op te starten tegen hem, d.w.z. hem in staat van beschuldiging te stellen om zo tot afzetting te kunnen besluiten.
In het Britse online nieuwsblad Independent betoogt hoogleraar rechtswetenschappen Christopher Peterson, dat Trump al binnen enkele weken kan worden afgezet vanwege frauduleuze handelingen rond de door de president elect opgerichte Trump University.
http://www.independent.co.uk/news/world/americas/us-elections/donald-trump-impeached-could-he-be-can-us-president-election-stop-a7410756.html
Politico, het magazine van de gelijknamige Amerikaanse politiek-journalistieke organisatie, berichtte zelfs al in april uitvoerig over de mogelijkheid de Republikein Trump af te zetten mocht hij ooit tot president gekozen worden. Juridische gronden voor een inbeschuldigingstelling lijken er in het verleden van de miljardair immers voldoende te vinden. Zou de mensheid dan toch nog voor de ramp van dit presidentschap, dat de hele wereldorde dreigt te verstoren, behoed kunnen worden?
http://www.politico.com/magazine/story/2016/04/donald-trump-2016-impeachment-213817
woensdag 19 oktober 2016
"Voltooid leven': wordt de neoliberale beker tot op de bodem geleegd?
De Nederlandse overheid vindt ouderenzorg te duur, breekt die resoluut af en propageert euthanasie voor deze bevolkingsgroep als ultieme vorm van waardige zelfbeschikking.
Hersenwetenschapper Victor
Lamme stelde begin dit jaar dat de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig
Levenseinde (NVVE) technieken uit de marketing gebruikt om de gekozen dood aan
de man te brengen (Pas op! Sluikreclame voor euthanasie, NRC-Handelsblad
26-2-16).[1] Hoe goed
zij hierin inmiddels is geslaagd, bleek onlangs uit de algehele
verontwaardiging toen dochter Lilian van Jan Marijnissen de vraag opwierp of er
geen verband bestaat tussen de bezuinigingen in de ouderenzorg, waardoor veel
ouderen depressief en eenzaam zijn geworden, en het kabinetsplan voor
stervenshulp bij een ‘voltooid leven’. Een verband dat ik overigens scherper
dan in de Nederlandse pers en media heb zien formuleren in een opiniestuk, dat echter wel een aantal erg boude beweringen bevat, van de in Nederland
woonachtige, maar in het Engels publicerende columniste Flavia Dzodan op de in
Los Angeles gevestigde website Medium.com.: Euthanasia as a
Dutch neoliberal success story.[2]
Euthanasiemarketing in een
samenleving die al decennia gedomineerd wordt door de ideologie van het
neoliberalisme, waarin de markt centraal staat, alles gericht is op economische
groei tegen elke prijs en verhoging van de arbeidsproductiviteit, vormt echter
een ernstige bedreiging voor het recht op leven (het meest fundamentele van
alle grondrechten) voor - veelal niet meer werkzame en dus improductieve, en
door ouderdomskwalen vaak ook nog eens medische kosten veroorzakende - senioren.
Die dan, evenals de rest van de bevolking, ook al decennialang worden
blootgesteld aan een vrijwel onophoudelijke propaganda voor euthanasie.
Voorstanders van stervenshulp
bij een ‘voltooid leven’- en van euthanasie in het algemeen - beroepen zich op
het zelfbeschikkingsrecht, dat in de liberale optiek boven elk ander recht gaat.
Veel ouderen vinden toch uit eigen vrije wil hun leven voltooid, luidt de
steevaste tegenwerping van de voorstanders van het plan voor een nog vrijere
euthanasiewetgeving als zij geconfronteerd worden met verzet.
Nog afgezien echter van het feit
dat in de Nederlandse context de interpretatie van het zelfbeschikkingsrecht -
dat hier vaak in verband wordt gebracht met artikel 11 van de Grondwet[3] - als een
recht op euthanasie discutabel is,[4] en van het
feit dat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) artikel 2
waarin het recht op leven is vastgelegd, boven alle andere artikelen prevaleert,
en dus ook boven die waarin het zelfbeschikkingsrecht wordt geregeld (zie
bijvoorbeeld de uitspraak van het Straatsburgse Hof in de zaak Pretty versus
Verenigd Koninkrijk): hoe autonoom zijn ouderen die door decennia van onophoudelijk
bezuinigingsbeleid in zulke ellendige omstandigheden zijn komen te verkeren,[5] dat
zij in hun wanhoop alles zouden doen om daaraan te ontkomen, en die bovendien, zoals
gezegd, voortdurend bestookt worden met euthanasiepropaganda?
In zijn aan het begin van dit
stukje genoemde artikel van Victor Lamme laat deze glashelder zien hoe mensen
zich door de marketing van de NVVE, een mix van emoties en sociale druk, kunnen
laten verleiden tot een ogenschijnlijk vrij, maar in werkelijkheid wezensvreemd
besluit.
Geplaatst in het kader van de
neoliberale ideologie, waardoor onze samenleving al jarenlang wordt beheerst, en
die gekenmerkt wordt door eindeloze bezuinigingen, de afbraak van de sociale
zekerheid, de verhoging van de pensioenleeftijd in combinatie met de verlaging
van de pensioenen, het bestraffen van ziek zijn door invoering van een
verplicht ‘eigen risico’ bij de zorgverzekering, de gedwongen tewerkstelling
van werklozen, enzovoort, enzovoort, kan het plan van ‘een voltooid leven’ bijna
niet anders worden gezien dan als het sluitstuk van een bijna voltooide
neoliberale revolutie, dat in de propaganda wordt afgeschilderd in pasteltinten
en verkocht als enerzijds een vorm van barmhartigheid van de overheid en
anderzijds een daad van fiere zelfbeschikking van de suïcidale oudere. Hier
wordt ondanks de zware historische beladenheid hiervan de dood dus gepresenteerd
als oplossing voor een vermeend probleem bij een bepaalde bevolkingsgroep.
In plaats van zich te schamen
een land achter te laten waarin ouderen niet meer willen leven, verwijt onze VVD-premier
die eindverantwoordelijk is voor het gevoerde beleid, politieke tegenstanders
die een voor de hand liggend verband zien tussen de rigoureuze bezuinigingen op
de ouderenzorg en het plan voor een regeling voor ‘voltooid leven’ van ‘smakeloosheid’
en ‘een laag niveau’. Voor het met deze woorden pareren van een evident verband
verdient onze Eerste Minister zonder meer de Al-Sahaf Award, vernoemd
naar de Irakese Minister van Informatie onder het regime van Saddam Hussein.
[3]
‘Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet
te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.’
[4] zie B.C. van Beers, Commentaar op artikel 11 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2016 (www.Nederlandrechtsstaat.nl).
[5] Bejaardenhuizen werden immers op grote schaal
gesloten, men moest maar langer thuis blijven wonen - wat men toch zelf ook zo
graag wilde -, op zorg en hulp werd rigoureus bezuinigd, onder verwijzing naar
de in de vorige troonrede geïntroduceerde ‘participatiesamenleving’ moest men
maar een beroep doen op zijn veelal non-existente ‘eigen netwerk’. De
Nederlandse staat is dan ook al verschillende malen over de kwaliteit van de
ouderenzorg gekapitteld door mensenrechtenverdragencomités als het CESCR
(Committee on Economic, Social and Cultural Rights): http://www.mensenrechtenkwesties.nl/zoeken/detail/1065?zoekUrl=%2fzoeken%2fresultaten%2f1%2f-%2f-%2f-%2f-%2f-%2f-%2f1000000059%2f-%2f-
dinsdag 27 september 2016
Jesse Klaver, maak excuses voor je voorgangers
GroenLinks heeft zich onder Femke Halsema nog bekeerd tot
het neoliberalisme. Hoe geloofwaardig kan deze partij nu dan weer kiezen voor
‘klassiek linkse thema’s’?
Louis van Overbeek
GroenLinks onder Jesse Klaver lijkt een koerswijziging te
hebben gemaakt. Nadat GroenLinks - een fusie van vier kleine linkse partijen -
zich in navolging van vrijwel alle andere politieke partijen onder leiding van
de dames Halsema en Sap onder een modieus ‘afschudden van zijn ideologische
veren’ had bekeerd tot het (door Klaver inmiddels tot ‘economisme’ omgedoopte)
neoliberalisme, verklaart de nieuwe lijsttrekker immers weer te kiezen voor
‘klassiek linkse thema’s’ als de strijd tegen de toenemende ongelijkheid in de
samenleving. In die context nodigde hij de Franse econoom Piketty uit in de
Tweede Kamer.
Klaver is een jonge, welbespraakte, mediagenieke figuur die
veel kiezers aanspreekt. Met zijn aanstekelijke, bijna Obamiaanse, enthousiasme
kan hij wellicht mogelijk maken wat in landen in Zuid-Europa (Syriza,
Prodemos), in de VS (Bernie Sanders) en in het VK (Jeremy Corbin) ook is
gelukt: het met een onvervalst sociaal-democratisch geluid met name jonge,
idealistische kiezers een alternatief bieden voor de lokroep van het nationalistische
en xenofobe populisme, die ook hier steeds luider wordt, en het neoliberalisme,
dat overal de sociale zekerheid heeft uitgekleed. Ook Nederland houdt het al
decennia in zijn technocratische greep en heeft het zozeer gedepolitiseerd, dat
bijvoorbeeld VVD-premier Rutte bij de van oudsher eerder als links dan als
rechts georiënteerd bekend staande VPRO in het programma Zomergasten
twee weken voor Prinsjesdag en bij aanvang van de verkiezingsperiode een hele
avond campagne mocht voeren.
Maar voordat Klaver deze rol kan gaan spelen is het wel
noodzakelijk dat hij eerst een daad van vertrouwen stelt, zonder welke de
linkse kiezer moeilijk zal kunnen geloven dat de woorden van de nieuwe
lijsttrekker van een partij die kort geleden zelf nog een overtuigde bekeerling
van het neoliberalisme bleek te zijn, geen holle frasen zijn en zijn partij
werkelijk haar dwalingen heeft ingezien. Klavers recente instemming met het plan van VVD-minister
Schippers voor stervenshulp bij een ‘voltooid leven’ (een neoliberale
deeloplossing voor de problematiek van de verwaarloosde ouderen) draagt ook al
weinig aan dat vertrouwen bij.
In dat kader zou Klaver excuses moeten maken voor op zijn
minst twee zaken: ten eerste voor het feit dat zijn partij, en dan vooral op
lokaal niveau (denk aan types als de voormalige Amsterdamse GL-wethouder Andrée
van Es, maar ook aan bijvoorbeeld GL-senator en oud-voorzitter van Divosa, Tof
Thissen), zich - op zelfs nog fanatiekere wijze dan de VVD - schuldig gemaakt heeft aan het bashen en
vernederen van bijstandsgerechtigden door van dezen in ruil voor hun uitkering
eerst (onder de Wwb) in zogeheten Work First-trajecten (lees: gedwongen tewerkstellingsplekken)
te plaatsen en later (onder de huidige Participatiewet) een tegenprestatie
(lees: dwangarbeid) in ruil voor hun uitkering te eisen.
![]() |
| Halsema en VVD-minister Kamp kussen elkaar |
Excuses zijn ook op hun plaats voor de woorden van mevrouw
Halsema, door wie Klaver zelf in 2010 naar Den Haag werd gehaald, en die het
bestond de SP, de enige partij die nog enig oog had voor de economische
onderkant van de samenleving, ‘sociaal conservatief’ te noemen, iets dat
niet paste bij een moderne, positieve partij als GL en waarmee ze bedoelde:
niet bereid de in de naoorlogse jaren moeizaam opgebouwde sociale zekerheid bij
het grof vuil te zetten. Een uitspraak die terecht gekwalificeerd is als ‘een
minne manier om mededogen te diskwalificeren’.
Pas na diepe en geloofwaardige verontschuldigingen voor
zulke grove neoliberale dwalingen door zijn partij zal Klaver zich op
overtuigende wijze kunnen kandideren als lijsttrekker van links bij de komende
parlementsverkiezingen. Wellicht onder gebruikmaking van een leus die weinig
beschaafd van taal is, maar niettemin ontleend aan het vocabulaire van onze huidige
premier zelf: Rutte, pleur op!
donderdag 8 september 2016
Recent rapport FNV: Wmo-beleid Zutphen broddelwerk
Het was te verwachten: de gemeente Zutphen die bij de
decentralisatie van overheidstaken het aantal uren huishoudelijke hulp in het
kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) bijna standaard halveerde
zonder goede onderbouwing en zonder maatwerk te leveren, handelde hiermee,
evenals tal van andere gemeenten, in strijd met de wet. Deze gemeenten zijn
hierover dan ook in mei van dit jaar door de hoogste rechter op dit gebied, de
Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de staatssecretaris op de vingers getikt. De
gemeente Zutphen vond niettemin desgevraagd dat haar beleid niet hoefde te
worden bijgesteld. Op dit blog werd over dit alles eerder bericht op 26 mei jl.
Als vervolg op deze berispingen is zeer recent (dinsdag 6 september
jl.) in opdracht van de FNV door de befaamde jonge jurist Kevin Wevers, onder
de titel Onderzoek gemeentelijk Wmo-beleid, een vernietigend rapport gepubliceerd,
dat een overzicht bevat van alle gemeenten met betrekking tot de vraag in hoeverre
zij bij de toekenning van hun huishoudelijke hulp handelen conform de wet Wmo
2015 en de jurisprudentie.
De bevindingen aangaande de gemeente Zutphen zijn in dit
rapport te vinden op pagina 100. Ik citeer:
151. Zutphen:*
Uit de informatie van de website kan worden opgemaakt dat
wordt gewerkt met maatwerkvoorzieningen en indiceren in uren.
Een blik op de normtijden uit 2012 maakt duidelijk dat
wordt gewerkt met verlaagde normtijden, zonder dat duidelijk is waar de
verlaagde normtijden op zijn gebaseerd.
De normtijden wijken af voor zowel het lichte als zware
werk en het verschil is vrij fors. Wellicht dat met de inwerkingtreding van de
Wmo 2015 een nieuw protocol wordt gehanteerd, maar het lijkt ons uiterst
onwaarschijnlijk dat de normtijden sindsdien zijn verhoogd.
Conclusie Zutphen: de verlaagde normtijden zullen
waarschijnlijk niet standhouden. Alleen als blijkt dat de nieuwe normtijden tot
stand zijn gekomen na goed, objectief onderzoek, uitgevoerd door derden die
geen belang hebben bij de uitkomst van het onderzoek hebben, zal het protocol
wellicht standhouden. Dit is vooralsnog een onwaarschijnlijke aanname.
Uit het geciteerde rapport blijkt dat maar liefst 77% van
alle gemeenten (minstens 77%, sommige gemeenten weigerden botweg de benodigde gegevens
te verschaffen aan de onderzoeker) zich bij de uitvoering van de Wmo niet aan
de wet houdt. De gemeente Zutphen lijkt over dit wangedrag te denken zoals
sommige automobilisten die in de slipstream van hun voorgangers door
rood licht rijden: als degene voor mij het doet, kan ik het ook het wel maken.
Zie ook site van Reporter Radio op Radio 1:
http://www.nporadio1.nl/reporter-radio/onderwerpen/374024-reportersnl-70-van-de-gelderse-gemeenten-voldoet-niet-aan-de-wmo
Naast bovengenoemd rapport verscheen op 6 september jl. (dezelfde dag waarop ook her rapport verscheen) op de website van Omroep Gelderland een inventarisatie van het Wmo-beleid van alle Gelderse gemeenten.* Hierin wordt ook de gemeente Zutphen genoemd als een van de gemeenten die hun onwettige beleid niet aanpassen.
In dit bericht wordt ook gewag gemaakt van claimbrieven van de FNV aan de gemeente Zutphen die door haar zijn afgewezen. Navraag bij Omroep Gelderland naar de precieze inhoud van deze claims en het en de motivering van de afwijzing leverde het volgende resultaat op (vragen Omroep Gelderland en antwoorden gemeente Zutphen):
-Wat is het antwoord dat de cliënten hebben gekregen of gaan krijgen?
* http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2116147/Hoe-zit-het-met-de-huishoudelijke-hulp-in-uw-gemeente-
Zie ook site van Reporter Radio op Radio 1:
http://www.nporadio1.nl/reporter-radio/onderwerpen/374024-reportersnl-70-van-de-gelderse-gemeenten-voldoet-niet-aan-de-wmo
Naast bovengenoemd rapport verscheen op 6 september jl. (dezelfde dag waarop ook her rapport verscheen) op de website van Omroep Gelderland een inventarisatie van het Wmo-beleid van alle Gelderse gemeenten.* Hierin wordt ook de gemeente Zutphen genoemd als een van de gemeenten die hun onwettige beleid niet aanpassen.
In dit bericht wordt ook gewag gemaakt van claimbrieven van de FNV aan de gemeente Zutphen die door haar zijn afgewezen. Navraag bij Omroep Gelderland naar de precieze inhoud van deze claims en het en de motivering van de afwijzing leverde het volgende resultaat op (vragen Omroep Gelderland en antwoorden gemeente Zutphen):
-Waarom gaat er niets veranderen?
Gemeente Zutphen
levert al maatwerk. We kijken naar de klant en indiceren op basis van
zijn of haar situatie. Op basis daarvan leveren we uren af. Het huidige
beleid van de gemeente Zutphen is dus niet in
strijd met de uitspraken van de CrVB en hoeft dus niet te worden
aangepast.
-Hoeveel
claimbrieven heeft u gekregen van cliënten die via de FNV-actie of een
actie van een andere organisatie een brief hebben gestuurd om hun uren
terug te krijgen?
Dat
heb ik niet helemaal scherp, maar een stuk of 5 à 10 zijn
binnengekomen. In de brief wordt de gemeente verzocht om op basis van
uitspraken van de CRvB de indicatie huishoudelijke
hulp te verhogen. Daarnaast wordt gevraagd om een schadevergoeding.
-Wat is het antwoord dat de cliënten hebben gekregen of gaan krijgen?
De
cliënten hebben een reactie ontvangen in de lijn met het bovenstaande.
Omdat het huidige beleid van de gemeente Zutphen niet in strijd is met
de uitspraken van de CrVB, hoeft
deze niet te worden aangepast.
* http://www.omroepgelderland.nl/nieuws/2116147/Hoe-zit-het-met-de-huishoudelijke-hulp-in-uw-gemeente-
zaterdag 20 augustus 2016
Nieuwswinter
Nederland is de laatste jaren, het is al van verschillende
kanten opgemerkt, erg in zichzelf gekeerd geraakt. Het heeft, behalve als het volstrekt
onontkoombaar wereldnieuws betreft (Brexit, Trump, etc.), nauwelijks meer belangstelling
voor de rest van de wereld. Al langer is sprake van een ontwikkeling waarbij
actualiteiten, achtergronden bij het nieuws of duiding een steeds kleinere
plaats innemen bij de publieke omroep. Van een bont scala van
actualiteitenrubrieken, zowel op radio als televisie, is nog slechts een
schamel restje overgebleven, waarbij dan ook nog veel aandacht uitgaat naar
sport, wat feitelijk geen nieuws, maar amusement is, en waarbij namen worden
gebruikt als De Nieuws BV en Nieuws en Co, die eerder naar het
bedrijfsleven dan naar de journalistiek verwijzen, en veelal gepresenteerd worden
door voormalige diskjockeys. Deze zomer werd op dit vlak een dieptepunt
bereikt.
De zomer van 2016 was immers vooral de zomer waarin de
burger in Nederland door de publieke omroep onder de naam ‘sportzomer’ op
tirannieke wijze op een streng dieet van sport, sport en nog eens sport werd
gezet. Radio- en televisiezendtijd werd maandenlang vrijwel de klok rond gevuld
met hysterische verslagen van voetbalwedstrijden, tennis, wielrennen, Olympische
Spelen, zwemmen, atletiek en wat al niet, en de buitenwereld hield, hoewel zich
daarin tal van historische gebeurtenissen voltrokken, bijna op te bestaan. Meer
nog dan van een ‘sportzomer’ was er sprake van een ‘nieuwswinter’. Zelfs hoofdzakelijk
uit vertier bestaande, maar soms een sprankje opinie bevattende talkshows werden
van het scherm gebannen, hetgeen zelfs onze minister van Binnenlandse Zaken
deed verzuchten dat actualiteit en debat kennelijk geen kerntaken van de publieke omroep meer waren.
Zelfs aan gebeurtenissen die zich afspeelden in ons directe
buurland en plaatsvonden op een beleidsterrein waarop zich bij ons
vergelijkbare ontwikkelingen hebben voorgedaan - de onder neoliberale invloed
van de afgelopen decennia steeds verdere aanscherping van de regels in de
sociale zekerheid - werd in de mainstream pers en media geen serieuze aandacht
besteed.
Nadat het Duitse Constitutionele Hof (het Bundesverfassungsgericht) in Karlsruhe (het gerechtshof dat tot taak heeft om wetten in geval van twijfel aan de grondwet te toetsen) in 2010 het lage niveau van de Hartz IV-uitkering (de Duitse bijstand) ongrondwettig had verklaard, want niet verenigbaar met de menselijke waardigheid, en nadat uit berichtgeving in Spiegel Online (o.a. op 8 april jl.) was gebleken dat in meer dan één op de drie gevallen klagers tegen strafkortingen op hun uitkering door de Duitse rechter in het gelijk worden gesteld, oordeelde het Sozialgericht van Gotha (deelstaat Thüringen) op 26 mei 2015 dat het opleggen van strafkortingen aan bijstandsgerechtigden deze mensen onder het bestaansminimum drukt, en in strijd is met de eisen van de menselijke waardigheid, die in de Duitse Grondwet zijn verankerd.
Om deze reden werd de uitspraak doorverwezen naar het Bundesverfassungsgericht, dat in juni 2016 van mening bleek dat de rechters uit Gotha ‘gewichtige Fragen’ aan de orde stelden, maar het verzoek tot toetsing door het Hof op formele gronden afwees. De rechters uit Gotha hadden onvoldoende duidelijk gemaakt of de klager wel voldoende geïnformeerd was geweest over de gevolgen van zijn handelwijze (sancties), omdat de kwestie anders geen zaak zou zijn voor het Hof. Uit Gotha heeft men Karlsruhe inmiddels laten weten dat de klager wel degelijk op de hoogte was van de gevolgen van zijn handelen en men alsnog verzocht om toetsing.
Een interessante vraag is of men ook voor de Nederlandse praktijk iets kan leren van dit Duitse voorbeeld. Het sanctioneringregime is hier immers niet milder dan bij onze oosterburen. In het hier genoemde geval was sprake van een strafkorting van tweemaal 30, dus 60%. In Nederland bedragen strafkortingen in reactie op weigering van in het kader van de Participatiewet verplichte arbeid soms wel vrolijk 100%.
Een probleem is dat men in Nederland, hoewel dat zichzelf aanduidt als ‘zetel van het internationale recht’, een nationale wet, in dit geval de Participatiewet, anders dan in vrijwel elk ander Europees land, niet kan toetsen aan de Grondwet.[1] Hiervoor moet men in Nederland gebruik maken van de omweg van toetsing aan een Europees of internationaal verdrag, bijvoorbeeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In dít verdrag is echter geen bepaling opgenomen waarop men zich in dit geval zou kunnen beroepen.
Daarvoor moet men zich wenden tot het Europees Sociaal Handvest (ESH), dat in artikel 13 bepaalt dat nationale staten ervoor dienen te zorgen dat iedereen recht kan doen gelden op adequate ondersteuning. Indien strafkortingen worden toegepast op mensen met een bijstandsuitkering komen dezen onder het bestaansminimum, wat strijdig is met de menselijke waardigheid en in strijd is met het Handvest. Iets vergelijkbaars geldt voor het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (IVESCR), een verdrag van de Verenigde Naties, gebaseerd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, dat in artikel 11 mensenrechtelijke normen voor een behoorlijke levensstandaard formuleert. De bepalingen uit beide laatstgenoemde verdragen worden evenwel over het algemeen niet aangemerkt als ‘een ieder verbindend’. Men kan er dus geen beroep op doen bij een rechter. Uiteindelijk beslist de rechter daarover evenwel zelf.
Laat ons vooralsnog eerst maar wachten op de uitspraak in Karlsruhe, die wellicht ook voor Nederland van belang is. Hopelijk is tegen die tijd de ‘sportzomer’ hier eindelijk voorbij en horen we er zelfs in Nederland iets van.
[1] Overigens is de situatie in Nederland, ontdekte ik
toen ik met dit stukje bezig was, nog veel absurder. Zelfs al zou de rechter in
Nederland wel aan de grondwet kunnen toetsen, dan nog zou hij daarmee in dit
geval niets opschieten en zou hij het Sozialgericht Gotha niet kunnen
navolgen: in Nederland is namelijk het begrip ‘menselijke waardigheid’, dat is
vastgelegd in de preambule van de Universele Verklaring van de Rechten van de
Mens en de basis vormt van alle grondrechten, niet eens in de grondwet
verankerd.
donderdag 16 juni 2016
Voor fraude veroordeelde wethouder weigert hulp terug te geven
De Gelderse gemeente Voorst
is een van de vele gemeenten die, naar in mei van dit jaar bekend werd, fors geld
heeft overgehouden aan de decentralisatie van overheidstaken in het kader van
de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waaruit onder andere de
huishoudelijke hulp aan oudere en gehandicapte burgers wordt bekostigd. Deze
zijn sinds vorig jaar immers van het rijk, onder toepassing van stevige
bezuinigingen, overgedragen aan de gemeenten, die zelf ook flink het mes hebben
gezet in het aantal uren hulp dat burgers nog krijgen toegewezen.
De nieuwe Wmo-taken hebben
ook de gemeente Voorst, zo meldde de regionale krant de Stentor op 23 mei,
‘geen windeieren gelegd’. De gemeente hield hieraan 886.000 euro over.
Vervelend voor de gemeente is
alleen, dat zij op een zodanige wijze gesneden heeft in het aantal eerder
toegekende uren hulp - elke zorgontvanger moest een derde van zijn aantal uren
inleven - dat dit juridisch niet door de beugel kan, en de gemeente deze uren
moet teruggeven. Aldus immers de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste
rechterlijke instantie op dit gebied, op 18 mei jl. (ik vat samen): het korten
op huishoudelijke hulp dient te berusten op objectieve criteria uit deugdelijk
en onafhankelijk onderzoek en zonodig moet passend maatwerk worden geboden.
Dat dit in Voorst niet is
gebeurd - daar is immers iedereen met een derde gekort - maakt volgens de wethouder, Wim Vrijhoef (D66), eerder wethouder en fractievoorzitter in Nijmegen en landelijk partijvoorzitter van D66, niet uit en aanpassingen
zijn volgens hem niet nodig.
![]() |
| Wethouder Vrijhoef van Voorst |
Het plaatselijke college van B&W, bestaande uit CDA, D66 en het lokale Gemeente Belangen, zag in het strafblad van een fraudeur met gemeenschapsgeld, die opnieuw de beschikking zou krijgen over publiek geld, kennelijk geen beletsel voor een wethouderspost in Voorst.
* http://nos.nl/artikel/639340-ophef-om-strafblad-d66-wethouder.html
Zie ook de website Foute Politici:
http://www.foute-politici.nl/2014/10/wim-vrijhoef-d66.html
vrijdag 10 juni 2016
Dwangarbeid voor uitkeringsgerechtigden: ‘nieuwe burgerlijke verplichting’ Een slechte smoes
De werkelijkheid is lang en grondig verdrongen, maar zij heeft inmiddels toch zelfs de burelen bereikt van Wegener’s Couranten Bedrijf, de vader veler sufferdjes in dit land, al plaatsen die de term nog tussen aanhalingstekens: Nederlandse bijstandsontvangers worden al jaren geconfronteerd met gedwongen tewerkstelling en daarover ontstaat steeds grotere onvrede. Of, in de woorden van bijvoorbeeld BN De Stem, De Gelderlander en De Stentor van 5 juni jl.: ‘Groeiende kritiek op “dwangarbeid” steuntrekkers’.
De dwangarbeid waarop gedoeld wordt is de zogenaamde ‘tegenprestatie’ die bijstandsgerechtigden door Rutte II geacht worden te leveren in ruil voor hun uitkering, maar die is in feite een aanscherping is van het beleid van de door Mark Rutte reeds in zijn hoedanigheid van staatssecretaris voorbereide Wet Werk en Bijstand (WWB), die al in 2004 van kracht is geworden.
Op 5 juni werd daartegen voor het eerst in Den Haag geprotesteerd door bijstandsgerechtigden, vakbonden en belangenbehartigers als de Bijstandsbond en het Comité Dwangarbeid Nee. Dit naar aanleiding van het debat dat die dag in de Tweede Kamer werd gehouden met staatssecretaris Klijnsma (PvdA) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de ‘tegenprestatie’ die mensen in de bijstand tegenwoordig moeten verrichten.
Opmerkelijk hierbij is dat door deze demonstranten wel steeds gesproken wordt over het misbruik van bijstandsontvangers dat gepaard gaat met deze gedwongen tewerkstelling (de uitbuiting die plaatsvindt door ze voor hun uitkering te laten werken en geen loon te betalen, de verdringing op de arbeidsmarkt die daarvan het gevolg is, de vernedering die ze zich moeten laten welgevallen, de willekeur die daarbij plaatsvindt en de erbarmelijke werkomstandigheden), en dat natuurlijk ook zeer onwenselijk is, maar niet of vrijwel niet over de kern van de zaak, namelijk het feit dat er in Nederland al bijna tien jaar weer, net als in de jaren dertig van de vorige eeuw, een praktijk van gedwongen tewerkstelling voor werklozen bestaat, die in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen.
Veelal lijkt men van mening dat indien er een normale beloning tegenover de ‘tegenprestatie’ zou staan, deze niet langer dan 3 maanden zou duren, zij van beperkte omvang zou zijn, er gelet zou worden op persoonlijke omstandigheden en er geen sprake zou zijn van willekeur, gedwongen arbeid voor bijstandsontvangers wel acceptabel is.
De eenvoudige waarheid - die dankzij succesvolle neoliberale indoctrinatie klaarblijkelijk niemand meer beseft - is, dat verplichte arbeid, en daarmee ook het hele idee van die ‘tegenprestatie’, simpelweg verdragsrechtelijk verboden is, ook al zou zij niet lang duren, niet vernederend zijn en zou er wel een normaal loon voor worden betaald. Een staat die mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd is nu eenmaal verplicht een bijstandsuitkering als laatste sociaal vangnet onder haar armlastige burgers gespannen te houden, zonder daarvoor iets terug te eisen.
In de aanloop naar het debat met de staatssecretaris heeft alleen SP-Kamerlid Karabulut op 2 april - na een bijna tienjarig jubileum van dwangarbeid in het huidige Nederland! - een Kamervraag gesteld waarin op deze kwestie wordt ingegaan: “Hoe verhoudt de tegenprestatie in de bijstand zich tot artikel 4 EVRM (verbod van slavernij en dwangarbeid) en het ILO-verdrag nr. 29 (gedwongen arbeid (EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, ILO: International Labour Organisation)?”
In haar antwoord van 23 april herhaalt de staatssecretaris letterlijk het verweer van haar voorganger De Krom (VVD) in zijn zogenaamde ‘Nader rapport’ van 14 juni 2011 op de kritiek van de Raad van State in zijn advies over wat toen nog een wetsvoorstel was: de ‘tegenprestatie’ is ‘een nieuwe burgerlijke verplichting’ die valt onder de ‘normale burgerplichten’ waarvoor de internationale verdragen een uitzondering maken en zou daarom geen ‘gedwongen arbeid’ zijn in de zin van die verdragen.
Ik kan slechts herhalen wat ik naar aanleiding van het antwoord van de De Krom ook al heb opgemerkt: een ‘nieuwe burgerlijke verplichting’ is per definitie iets anders dan een ‘normale burgerplicht’, die immers niet net nieuw bedacht is om de wet te kunnen aanscherpen, maar iets dat traditioneel zo gezien wordt. Van het verplicht verrichten van (veelal geestdodende) onbetaalde arbeid valt moeilijk vol te houden dat het, zoals bijvoorbeeld het ’s winters sneeuwvrij houden van je eigen stoepje, een ‘normale burgerplicht’ is, die ook de bakker, de slager en de administratief medewerker kan worden opgelegd. Waar van werk sprake is, komt immers het arbeidsrecht om de hoek kijken.
Twee opeenvolgende staatssecretarissen sturen de steller van een simpele vraag met hetzelfde kluitje in hetzelfde riet. Die ‘nieuwe burgerlijke verplichting’ is een slechte smoes.
Artikel verschenen op Konfrontatie Digitaal (22-6-2013) en The Post Online (24-6-2013). Vergeten hier eerder te plaatsen.
Abonneren op:
Posts (Atom)

