donderdag 23 januari 2014

Goedpraters van Nederlandse mensenrechtenschendingen



Schendingen van mensenrechten vormen een zaak van gewicht in de Nederlandse publieke opinie en de Nederlandse media. Tenminste … zolang ze plaats vinden in Verweggistan. ‘O, o wat is die homofobe Poetin een schurk, laten we zijn winterspelen boycotten!' 'Mogen Saoedi-Arabische vrouwen niet autorijden? Dat kan echt niet!' 'Kinderarbeid in Bangladesh? Schande!'

Dat er niettemin al tien jaar lang op grote schaal verplichte tewerkstelling (‘dwangarbeid’) van bijstandsgerechtigden voorkomt in Nederland zelf, is door belanghebbenden met succes uit de publiciteit gehouden. Deze tewerkstelling werd immers, mede om de armen er voortaan van af te schrikken überhaupt nog een uitkering aan te vragen, reeds geïntroduceerd met de invoering van de Wet Werk en Bijstand door toenmalig staatssecretaris Mark Rutte in 2004. Aanvankelijk (althans op papier) als verplichte reïntegratie, veelal onder de naam Work First, en inmiddels ook in de vorm van ‘verplicht vrijwilligerswerk’, als ‘tegenprestatie’ in ruil voor bijstand. Hoeveel moeite je ook deed de kwestie op de agenda te krijgen: in de mainstream pers en media werd zij domweg genegeerd.


En huidig staatssecretaris ‘grote grutjes’ Klijnsma, die haar gehoor bij voorkeur in kleutertaal en met verkleinwoordjes toespreekt, kon het intrekken van bijstand, het laatste sociale vangnet, als dwangmiddel om uitkeringsgerechtigden te pressen verplichte arbeid te leveren aanduiden als ‘een stokje achter de deur’, waar in werkelijkheid toch echt een maatregel als ‘een ploertendoder’ wordt bedoeld.
Staatssecretaris Klijnsma
Nauwelijks had een grote landelijke krant er eind december jl. eindelijk wel ruime aandacht aan besteed (de Volkskrant, 24-12-13: ‘Schoenen poetsen voor bijstand’) zodat ook in bredere kring niet langer te ontkennen viel dat hier sprake is van een ernstige misstand, of er verscheen een stortvloed aan artikelen waarin de beschreven praktijk op doorzichtige wijze werd vergoelijkt. Een greep uit de namen van de auteurs: VVD-Kamerlid Sjoerd Potters, Frank Kalshoven, directeur van de consultancybureau de ‘Argumentenfabriek’, Henk Strating, directeur van adviesbureau HS Arbeidsvoorwaarden B.V. en nog een bonte stoet van al dan niet met academische titels getooide verdedigers van dwangarbeid voor bijstandsgerechtigden waarop we verder niet zullen ingaan.

Als eerste dus het betoog van VVD-er Sjoerd Potters in NRC-Handelsblad van 6 januari 2014 onder de titel ‘Wie bijstand krijgt, heeft de plicht iets terug te doen’. In dit stuk zegt Potters zich te verbazen over de toch moeilijk weerlegbare constatering van de Groningse hoogleraar sociaal verzekeringsrecht Vonk in het eerder genoemde Volkskrant-artikel, dat ‘het onderscheid tussen criminelen met een taakstraf en bijstandsgerechtigden’ in de steeds verder aangescherpte bijstandswetgeving ‘dreigt te vervagen’.

Volgens Potters, die gemakshalve voorbijgaat aan het feit dat ‘verplichte arbeid’ in internationale mensenrechtenverdragen, waaraan ook Nederland gebonden is, überhaupt verboden is, wordt met de verplichte ‘tegenprestatie’ - die in praktijk veelal zwaar, geestdodend en vernederd werk inhoudt, verricht in dezelfde oranje hesjes die ook taakgestraften dragen - bereikt dat bijstandsontvangers werknemersvaardigheden aanleren (alsof ze die na ontslag na een veelal lange arbeidsloopbaan al niet zouden hebben) en helpt ze de solidariteit tussen de revanchistisch geachte ‘hardwerkende Nederlander’, die de uitkeringen opbrengt, en de bijstandontvanger in stand te houden.

Dat de verplichte arbeid waarmee bijstandontvangers onder de toen nieuwe, inmiddels nog veel verder aangescherpte, bijstandswet worden geconfronteerd nog afstompender is dan het werk dat veroordeelden wordt opgelegd, merkt de Leidse ex-wethouder Paul Bordewijk al op in zijn artikel 'Geen baan, geen inkomen' in Sociaal bestek van 9 februari 2006:  Werk dat mensen als taakstraf krijgen opgelegd is vaak afwisselender dan het werk dat in het kader van work first wordt aangeboden, en dat is verklaarbaar ook: de reclassering wil graag kunnen rapporteren dat taakstraffen worden afgemaakt, terwijl bij work first iedereen die gillend wegloopt eraan bijdraagt dat de [sociale] dienst zijn target haalt." Ook is de duur van een taakstraf gelimiteerd, terwijl een bijstandsgerechtigde in de praktijk - met de officiële wettelijke termijnen wordt overal ongesanctioneerd de hand gelicht - zonder enig perspectief op verbetering van zijn lot doorlopende vernederingen op de werkvloer moet ondergaan.

Dan de moderne sofist Frank Kalshoven, die behalve dat hij directeur is van De Argumentenfabriek ook een wekelijkse economie-column in de Volkskrant heeft, waarin hij zich de afgelopen tijd, naast een fanatiek Marcel van Dam-basher, een fervent voorstander van dwangarbeid voor bijstandsontvangers betoont. Zijn Argumentenfabriek is een commercieel bedrijf dat tegen betaling ‘argumenten’ verzint (fabriceert) voor van alles en nog wat waar zijn klanten hem opdracht voor geven. Als je hem bijvoorbeeld zou vragen een lijstje argumenten te verzinnen bij de stelling ‘Moord kan in bepaalde gevallen gezien worden als een sociale daad en dient dan niet gestraft te worden’ en je betaalt hem daarvoor flink, dan bedenken hij en zijn ‘fabriek’ de argumenten voor je plus een mooie retorisch gewaad om ze in te kleden. Zo ook voor de stelling ‘Dwangarbeid is heilzaam voor bijstandgerechtigden’. Kalshoven spreekt hier duidelijk het woord van hem wiens dikbelegde brood hij eet. Eén van zijn vele grote klanten is immers, naast bijvoorbeeld Delta Lloyd, Philips, Nefarma, KPMG en (let wel) de Volkskrant, ook het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op de website Opiniestukken tenslotte plaatste consultant Strating op 6 januari jl. een artikel met als kop: ‘De tegenprestatie past in de traditie van Spinoza’. Wat deze wijsgeer met gedwongen arbeid - waarvoor hier opnieuw de eufemistische term ‘tegenprestatie’ wordt gebruikt - voor uitkeringsgerechtigden te maken heeft, blijft in het stuk onduidelijk. Er wordt alleen een niet nader onderbouwde bewering gedaan dat Spinoza zijn filosofie ‘zelfs voor een deel op de Amsterdamse koopmansgeest’ zou hebben gebaseerd en dat ‘tegenprestaties passen bij de koopmansgeest van geven én nemen en daarmee bij de Amsterdamse en Nederlandse traditie’.

Mij lijkt dat gedwongen arbeid en uitbuiting van arme sloebers weliswaar passen bij de Nederlandse koopmansgeest, maar dan vooral bij de traditie en mentaliteit van slavenhandel van de VOC, waarmee onze vorige minister-president zo dweepte.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten