dinsdag 13 juni 2017

Hoe Nederland zijn laatste bomen velt





Hoewel ons land vergelijkenderwijs al arm is aan bos en bomen, is door een beleidswijziging de vergunning die men nodig heeft (had) om een boom te mogen kappen onder het motto ‘deregulering’ feitelijk afgeschaft.


En dan: wat is natuur nog in dit land? (J.C. Bloem, De Dapperstraat)

Vorige maand hebben in de provincie Gelderland de fracties van GroenLinks en de SP vragen gesteld over de enorme toename van het aantal, niet zelden monumentale, bomen dat gekapt wordt in hun provincie. De gedeputeerden menen dat de oorzaak hiervan vooral gezocht moet worden in de gestegen houtprijs, waardoor het voor gemeenten aantrekkelijk wordt gekapte bomen te verkopen als biomassa, en in de bezuinigingen op de gemeentelijke budgetten voor groenonderhoud, dat kappen eveneens voordelig maakt.

Wat vrijwel niemand zich lijkt te realiseren - en ook vrijwel volledig uit zowel de regionale als de landelijke publiciteit is gebleven - is dat deze kapwoede zich niet beperkt tot de provincie Gelderland, maar in heel Nederland, dat in vergelijking met omringende landen toch al arm is aan bos en bomen, al jaren gaande is, en dat de oorzaak hiervan vooral gelegen is in een beleidswijziging van inmiddels een jaar of tien geleden. Hierdoor is in tal van gemeenten de kapvergunning voor bomen feitelijk afgeschaft en de burger, wiens leefomgeving door het vellen van bomen wordt aangetast, in 80 of 90% van de gevallen van de mogelijkheid tot bezwaar en beroep beroofd.

Moest men voorheen als men een boom wilde kappen daarvoor altijd over een door de gemeente te verlenen vergunning beschikken, sinds enkele jaren is dit nog slechts nodig in zeer uitzonderlijke gevallen, namelijk als het een boom betreft die door de gemeente op een lijst van beschermde bomen is geplaatst - een voorrecht dat slechts een zeer select gezelschap van bomen ten deel is gevallen - en die dan ook nog op een bepaalde hoogte een zekere dikte moet hebben. Of, in de ambtelijke taal van de nieuwe bomenverordeningen: het is nog slechts verboden ‘beschermde houtopstand’ te kappen.

Deze uniformiteit van gemeentelijk kapbeleid - dit nieuwe beleid geldt, zoals gezegd, in vrijwel alle gemeenten - is een gevolg van de rol van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in deze kwestie. Bijna alle gemeenten maken voor de nieuwe kapverordening, waarmee zij om de zoveel jaar moeten komen, immers gebruik van een door de VNG aangeleverde model-APV (Algemene Plaatselijke Verordening, waarvan de kapverordening meestal onderdeel is). De hierin opgenomen beleidswijziging gaat terug op een voorstel van toenmalige staatssecretaris (van Economische Zaken!) Van Gennip (CDA), die gemeenten in 2006 in haar zogenoemde Meibrief Vereenvoudiging Vergunningen - die op 28 april 2006 naar de voorzitter van de Tweede Kamer is verzonden (Kamerstuk 29515, nr. 140) -, aanmoedigde het modieuze begrip ‘deregulering’ ook op hun groenbeleid toe te passen. Zo kon burger, bedrijfsleven en ambtenaar de moeite van het aanvragen, respectievelijk verstrekken van een kapvergunning worden bespaard (en zo gemeenten de mogelijkheid worden gegeven om door middel van kap op onderhoud van het groen te besparen en projectontwikkelaars nog meer de vrije hand worden gelaten door tegenstribbelende omwonenden bij voorbaat elk juridisch handvat te ontnemen).

De voorstellen uit de ‘Meibrief’ werden grotendeels gerealiseerd middels de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), die per 1 oktober 2010 in werking is getreden, en die tot doel heeft vereenvoudiging en deregulering, en die op haar beurt weer vervangen gaat worden door de Omgevingswet, die nog in de maak is, naar verwachting in 2019 van kracht zal worden, en nog verdere deregulering mogelijk moet maken. In de nieuwe Wabo vervangt en vereenvoudigt de zgn. omgevingsvergunning veel eerdere vergunningen, zoals de kapvergunning en de ontheffing Flora- en Faunawet.

Het bovenstaande heeft alleen betrekking op de bomenkap binnen de bebouwde kom. Voor het kappen van bomen buiten de bebouwde kom (waarbij een onderscheid gemaakt moet worden tussen bebouwde kom in de zin van de Wegenwet en bebouwde kom in de zin van de Wabo) geldt de Wet Natuurbescherming, die de oude Boswet vervangt, waarvan de gevolgen minder desastreus zijn dan die van de Wabo, maar waarvan het doel wel degelijk ook weer deregulering is.

Een voorbeeld van grootschalige bomenkap in Gelderland is die welke plaatsvindt nabij het aan de Veluwezoom gelegen NS-station Dieren in het kader van de zogenaamde Traverse Dieren, waarbij ca. 600 bomen moeten wijken voor de bundeling van de N348 met het spoor en de bouw van een zogenaamde ‘open tunnelbak’ om de doorstroming van het verkeer door het plaatsje te verbeteren. 

Tunnelbak Traverse Dieren. Foto: Studio Rheden/Martin de Jongh
Dit voorbeeld kan echter gemakkelijk worden aangevuld met zeer vele andere, zowel in Gelderland, als in de rest van Nederland, van Brabant tot Noord-Holland en van Zeeland tot Overijssel. Zo zal dankzij een staatssecretaris van de partij van het rentmeesterschap weldra bijna de laatste boom van Nederland worden geveld.

vrijdag 5 mei 2017

Goed om je op 4 en 5 mei te realiseren: nog steeds nazi-herdenkingen in Nederland

Ik ontving het volgende persbericht:


AFVN: 'sluit SS-kerkhof Ysselsteyn voor militairen na neonazischandaal Bundeswehr'

BUSSUM, 5 mei 2017 - De AFVN-Bond van Antifascisten wil zo snel mogelijk een officieel verbod voor Duitse, Nederlandse en andere NAVO-militairen om zich te begeven naar de SS-begraafplaats Ysselsteyn (Venray). De aanleiding vormt de ontdekking twee dagen terug, dat neonazi's in de Bundeswehr geïnfiltreerd zijn. Op Ysselsteyn verschijnen enkele malen per jaar Duitse en Nederlandse militairen om eer aan de doden te brengen, terwijl neonazi's daar ook regelmatig manifestaties houden.

De AFVN heeft de steun gevraagd en onmiddellijk gekregen van de federatie van Europese verzetsbewegingen, de FIR, die 58 leden heeft, waaronder 6 uit Duitsland. De AFVN en de FIR protesteren tegen dit soort bezoeken van alle militairen. Dit protest gaat naar de Nederlandse en Duitse ministers van Defensie en overige landen die wel eens militairen naar Ysselsteyn afvaardigen.

Duitse militairen gaan meestal tijdens hun deelname aan de Vierdaagse in Nijmegen ook even naar Ysselsteyn, en zij nemen deel aan de herdenking in november. Incidenteel verrichten zij onderhoud aan de nazigraven voor de Duitse oorlogsgravenstichting, die dit SS-kerkhof beheert. 

De nazibegraafplaats Ysselsteyn is in oppervlak de grootste van Europa met 31.000 nazi- en SS-doden. Vanavond 5 mei is de begraafplaats uitvoerig te zien op NPO2 in 2Doc, om 19:25, in een documentaire getiteld 'Het zijn maar Duitsers'.  Daarin komen ook leden van de Bundeswehr regelmatig naar deze begraafplaats gaan, zonder afstand te nemen van de nazisoldaten en de SS'ers, waarvan er ongeveer 6.000 daar liggen. Onder die SS'ers ook ex-Nederlandse verraders, zoals de eerste Nederlander die lid werd van de SS, de Hilversummer Willem Heubel, zo meldt de bond.

De laatste jaren houdt de Duitse ambassadeur daar in november jaarlijks een herdenking, samen met Nederlandse en Duitse en andere (hoge) militairen. De AFVN heeft daar al diverse malen uitvoerig tegen geprotesteerd en zonder resultaat getracht in  overleg te treden met de nieuwe Duitse ambassadeur, Dirk Brengelman. 

'Op Ysselsteyn zijn ook regelmatig neonazi's actief, zoals blijkt uit foto's die zij daarvan zonder schaamte zelf publiceren. Wij vinden dat volledig onverenigbaar met de rol en opvatting van de huidige Nederlandse en Duitse en andere militairen, die de democratie moeten steunen en niet zoals de nazi's, vernietigen,' zegt woordvoerder Arthur Graaff van de bond. 'Om nog maar te zwijgen van de overige gruwelen van de nazi's, waar elke fatsoenlijke militair hard van weg zou moeten lopen.'

De begraafplaats is gesticht door Nederland in 1946. Het terrein is eigendom van het ministere van Defebnsie, maar is in ngeveer 1975 in eeuwigdurende bruikleen afgestaan aan de Duitse staat.

________________________
INFO: Arthur Graaff, 06 2704 7728





Neonazi's Ysselsteyn

vrijdag 14 april 2017

Grote grutjes: Jetta Klijnsma onverkiesbaar en de PvdA een ruïne

Imago en handicap van Klijnsma zijn gebruikt voor invoering van de hardvochtigste bijstandswet ooit.

Aanvankelijk twijfelde ik nog: was PvdA-staatssecretaris Jetta Klijnsma nu naïef - waar haar oubollige taalgebruik op leek te wijzen - en maakte de VVD handig gebruik van haar sociale imago en tot handelsmerk geworden handicap om met haar als staatssecretaris van Sociale Zaken in een coalitie met de PvdA een snoeihard afbraakbeleid in de sociale zekerheid te laten uitvoeren, en doorzag zij deze list niet, of was zij carrièrebelust, bereid om haar principes omwille van de macht te verkwanselen en zelfs sadistisch?

Inmiddels is uit de wijze waarop zij zich na een problematische start staande weet te houden in Kamerdebatten gebleken dat ze niet naïef is. Bovendien verklaarde een niet nader aangeduide PvdA’er een tijd geleden in Trouw (7-2-14) dat Lodewijk Asscher bij de formatie van het kabinet Rutte II per se zelf het Ministerie van Sociale Zaken wilde en Klijnsma met haar - toen nog - sociale uitstraling erbij als staatssecretaris.

Haar ambtsperiode heeft Klijnsma, behalve voor het nemen van tal van andere van weinig sociaal-democratisch gehalte getuigende maatregelen, gebruikt voor de invoering van de meest hardvochtige bijstandswet die ons land ooit heeft gekend en die rechthebbenden niet alleen tot armoede, maar zelfs tot dwangarbeid veroordeelt, de Participatiewet. Haar minder fortuinlijke gehandicapte lotgenoten in de Wajong-regeling laat ze opdraven voor een medische herkeuring waarbij ze grote kans lopen hun uitkering te verliezen. Sociale werkplaatsen werden gesloten. Dit alles om de voornaamste doelstelling van het kabinet te realiseren, waarbij vrijwel alle gezaghebbende economen inmiddels grote vraagtekens plaatsen vanwege de economische schade die ze aanrichtten: rigoureuze bezuinigen in crisistijd.

Door het mede door Klijnsma gevoerde extreme bezuinigingsbeleid (veel rigoureuzer dan in ons omringende landen) is de armoede in Nederland, hoewel het economisch weer wat beter gaat, flink toegenomen en de traditionele sociaal-democratische achterban volledig verdampt. De inmiddels demissionaire staatssecretaris, die niet meer op de kandidatenlijst van haar in een ruïne veranderde Partij van de Arbeid voorkomt, kwam afgelopen week, geflankeerd door prinses Leontien (Petra Brinkhorst), in een uitzending van Pauw serieus met het plan kinderen te laten nadenken over het armoedevraagstuk, dat immers ook veel kinderen treft. Het duo kreeg van de presentator alle ruimte. Voor de goede orde: Pauw is een talkshow, geen satirisch programma.



Update:

Bovenstaand artikel werd gecensureerd op de website Opiniestukken.nl. Bericht en motivering: 
" Beste Louis,  dit stuk slaan we even over. Het is wel erg op de man (vrouw: Klijnsma & Brinkhorst) en ik heb de afgelopen weken wat mensen om die reden geweigerd. Staat ook in de voorwaarden dat dat kan."  

Ik heb deze voorwaarde niet kunnen ontdekken en bovendien sinds wanneer is kritiek - ook nog keurig verwoord en zonder enige vorm van getier of gescheld - op politici niet meer toegestaan? Slaat het Erdoganvirus nu ook al toe bij Opiniestukken?


maandag 13 maart 2017

Soms dommelt ook de Orde van Advocaten



Het recente rapport van de Orde van Advocaten over de rechtsstatelijkheid van de verkiezingsprogramma's 2017 bevat twee opvallende omissies.

Het is goed dat de Nederlandse Orde van Advocaten de programma’s van de politieke partijen  kort voor de verkiezingen, in februari van dit jaar, heeft beoordeeld op rechtsstatelijkheid. Desalniettemin vallen er op dit punt in het hierover door de Orde uitgebrachte rapport[1] een tweetal leemtes te constateren.

Opmerkelijk is dat een al meer dan tien jaar voortdurende schending van het verbod op gedwongen tewerkstelling, een maatregel die verboden is op grond van artikel 4 EVRM, maar waarmee bijstandsontvangers in Nederland onder de naam ‘verplichte tegenprestatie’ telkens weer geconfronteerd worden, en die opnieuw in bijvoorbeeld het VVD-verkiezingsprogramma te vinden is, in het rapport van de Orde niet voorkomt. Zelfs de ChristenUnie, die het hoogst scoort op het punt van rechtsstatelijkheid, wil blijkens haar verkiezingsprogramma nog steeds doorgaan met deze onrechtsstatelijke ‘tegenprestatie’ zonder dat de Orde hierover haar wenkbrauwen fronst.

De andere omissie is een schending van art. 2 EVRM, waarin het recht op leven - het meest fundamentele grondrecht - is vastgelegd, dat in de Nederlandse euthanasiewet echter onvoldoende is gewaarborgd en waarvoor Nederland al diverse malen op de vingers is getikt.[2] D66 wil met zijn wetsvoorstel over ‘voltooid leven’ nog verder gaan met de
liberalisering van de euthanasiepraktijk. Hoe kan het dat het verkiezingsprogramma van deze partij op één na de hoogste plaats inneemt in de rangorde van meest rechtsstatelijke?

Het lijkt wel of Nederlandse juristen op deze punten wel heel erg meegaan in de waan van de dag, en gedwongen tewerkstelling van bijstandsgerechtigden, net als de massa, onder neoliberale en populistische invloed, volkomen normaal zijn gaan vinden, en weerloos zijn overgeleverd aan de propaganda van de NVVE.

Dan nog iets anders. In zijn NRC-column van 11-3-17 vat voormalig hoofdredacteur Folkert Jensma het rapport van de Orde van Advocaten samen. Ook dat is verhelderend, ook al signaleert Jensma de boven geconstateerde leemtes evenmin. Jammer is ook dat hij niet als aanvulling melding maakt van de plannen van het Forum voor Democratie van Thierry Baudet, dat voor het eerst deelneemt aan de verkiezingen. De Orde van Advocaten heeft zijn verkiezingsprogramma niet meegenomen in haar rapport, waarschijnlijk omdat van een echt verkiezingsprogramma bij deze partij geen sprake is.

Niettemin heeft de publicitair uiterst succesvolle Baudet in tal van opiniestukken duidelijk te kennen geven dat hij een ‘oikofiel’ en neonationalist is en als zodanig een uitgesproken tegenstander van de rechtsstaat. Volgens Baudet (zie bijvoorbeeld zijn artikel in de NRC van 13-11-2010, ‘Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormt een ernstige inbreuk op de democratie’) heeft het Europese Hof zijn oorspronkelijke taak van ultieme controleur van misbruik van staatsmacht opgerekt om al het bestaande nationale recht aan zijn eigen opvattingen te toetsen. Daarmee veegt het Hof, volgens Baudet, het recht van de lidstaten van het EVRM ‘zomaar aan de hand van allerlei vage beginselen (bedoeld worden de grondrechten, LvO) door een stel buitenlandse rechters van tafel’ en vormt het een ernstige inbreuk op de wil van de meerderheid. Baudet pleit er dan ook voor de invloed van het EVRM terug te dringen of het op te zeggen, zodat het parlement zelf weer (net als voor WO II) kan oordelen over de rechtmatigheid van de door hem vervaardigde regels. Waar dat toe kan leiden zou inmiddels door goed geschiedenisonderwijs algemeen bekend moeten zijn.

donderdag 2 maart 2017

Enige redding voor PvdA: de methode Schulz



Waarschijnlijk is het te laat, maar alleen de 'methode Schulz' zou de PvdA nog kunnen redden van de totale ondergang.

De Duitse zusterpartij van onze Partij van de Arbeid, de SPD, kampte tot voor kort met hetzelfde probleem als de PvdA en andere sociaal-democratische partijen in Europa. Een slecht imago bij de traditionele achterban, vooral veroorzaakt door wat in Nederland is gaan heten ‘het afleggen van de ideologische veren’, het meegaan in een modieuze neoliberale koers, waarbij - met medewerking van de (voormalige) sociaal-democraten - de sociale zekerheid werd afgebroken en er volop werd gedereguleerd en geprivatiseerd.

In Duitsland werd deze weg ingeslagen door voormalig SPD-bondskanselier Gerhard Schröder, in Nederland door PvdA-premier Wim Kok, en vervolgens voortgezet door Wouter Bos en door Diederik Samsom, die een coalitie sloot met Mark Rutte, de huidige VVD-premier, waarin zijn partij zich onvoldoende kon onderscheiden.

Sinds in januari de voormalige voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz als voorman is aangetreden, zijn de kansen voor de SPD opeens gekeerd en schiet de partij omhoog in de peilingen. Er is zelfs sprake van een Schulz-mania en afgedwaalde SPD-kiezers, die dreigden op de rechts-populistische AfD te gaan stemmen, keren terug naar de nieuwe herder.

Schulz’ succes wordt verklaard uit een aantal punten: hij neemt afstand van de recente neoliberale koers van zijn partij en erkent dat die fout was, met name waar het betreft de hervormingen van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, onder andere de verkorting van de duur van de werkloosheidsuitkeringen (Agenda 2010, Hartz IV). De fouten die de SPD heeft gemaakt, meegesleept in haar coalitie met de CDU/CSU van Merkel, moeten, zo vindt hij, worden erkend en hersteld. Hij durft – wat men in Duitsland (en Nederland) niet meer gewend is – te polariseren en benadrukt het verschil tussen zijn partij en andere partijen: hij wijst erop dat de SPD van oudsher een arbeiderspartij is, opgericht voor de kleine man, wiens leven hij kent omdat hij zelf de kleinzoon van een mijnwerker is. Verder hamert hij op meer gerechtigheid. In Duitsland, één van de rijkste landen van de wereld, zou dat mogelijk moeten zijn.

Als gevolg van dit alles heeft hij in de Duitse politiek de focus verlegd van identiteit en rechts-populisme naar sociaal-economische thema’s waarop sociaal-democraten van oudsher kunnen scoren. Hetzelfde recept zou in Nederland moeten worden gevolgd.

Toegegeven: voor Schulz, die weliswaar veel politieke ervaring heeft opgedaan in het Europese Parlement, maar in de Bondsdag een nieuw gezicht is dat niet wordt geassocieerd met de landelijke politiek, is het gemakkelijker afstand nemen van de huidige coalitiepartner van zijn partij dan voor Lodewijk Asscher, die heeft  meegeregeerd, uitgerekend als minister van Sociale Zaken verantwoordelijk is voor veel neoliberaal afbraakbeleid en zelfs vice-premier is geweest.

Alleen al om die reden was de keuze van Asscher als lijsttrekker de verkeerde. Met nog maar twee weken te gaan tot aan de verkiezingen is het voor de PvdA echter te laat voor een betere keus. Asscher zou zich nu alsnog los moeten scheuren van de VVD, zich op geloofwaardige wijze excuseren voor de fouten uit het recente verleden en flink gaan polariseren. De kans dat dat gaat lukken is echter zeer klein. Binnenkort zullen we waarschijnlijk getuige zijn van de definitieve ondergang van de (traditionele) Nederlandse sociaal-democratie. Helaas.

zondag 26 februari 2017

Trumps moeras. Een subtiele verwijzing naar Mussolini?


Trump citeerde in een tweet openlijk Mussolini. Zou zijn adagium 'Drain the swamp' ook een (heimelijke) verwijzing naar de Italiaanse dictator zijn?
 

Donald Trump, de telkens weer verbazing wekkende nieuwe president van Amerika, doet velen denken - meer nog dan aan diens meer contemporaine landgenoot Silvio Berlusconi, met wie hij onder meer zijn vastgoed-achtergrond en openlijk racistische, misogyne en anti-migratie uitlatingen deelt - aan de Italiaanse dictator Benito Mussolini. Niet alleen lijkt zijn persoonlijkheid overeenkomsten te vertonen met die van il Duce, zoals Frits Abrahams maandag (20-2-17) al opmerkte in zijn column in NRC-Handelsblad, ook zijn missie is een vergelijkbare: zoals Mussolini Italië in de oude luister van het Romeinse Rijk wilde herstellen, is Trumps doel ‘to make America great again’.

Opmerkelijk is dat Trump, die eveneens een bewonderaar is van hedendaagse ‘sterke mannen’ als Poetin en Assad, in een van zijn vele tweets ook zonder enige gêne een citaat van Mussolini aanhaalde, te weten: ‘It is better to live one day as a lion than 100 years as a sheep’ (‘Meglio vivere un giorno da leone che cent’anni da pecora’)[1], waarmee Mussolini  aangaf dat geweld een normaal middel is om zijn doel te bereiken. In het fascistische Italië werden knokploegen dan ook niet geschuwd en als normaal beschouwd. Ook Trump leek tijdens de verkiezingscampagne te dreigen met geweld tegen zijn tegenkandidaat Clinton.

In een persverklaring van 17 oktober beloofde Trump ‘het moeras van Washington droog te leggen’, to  ‘drain the swamp in Washington, D.C.’. Vervolgens twitterde hij: ‘I will make Our Government Honest again – believe me. But first I’m going to have to #DrainTheSwamp.’ Vervolgens hebben hij en zijn volgelingen tweet op tweet verstuurd met de hashtag.

Weliswaar maakten al meer Amerikaanse politici (onder wie Reagan en leden van de Bush-administratie) gebruik van deze moeras-met-ziekmakend-ongedierte-metafoor voor wat Wilders ‘schoon schip maken’ noemt (en diens voorgangers ‘puinruimen’) - het een einde maken aan alles wat je niet bevalt, hier: de corrupte bestuurselite in Washingron die het contact met het gewone volk is verloren -, maar in het geval van Trump, die de Italiaanse dictator openlijk citeerde en sowieso een voorkeur heeft voor sterke leiders, moet men bij het gebruikte beeld niet zozeer denken aan het moeras waarop Washington gebouwd zou zijn, als wel aan de Pontijnse moerassen. Deze moerassen, die eeuwenlang een broedplaats van malariamuggen waren in Italië, werden onder het bewind van Mussolini drooggelegd, een voornemen dat reeds bestond vanaf het begin van de Romeinse keizertijd, maar dat in al de eeuwen sindsdien nooit was uitgevoerd, en de realisering waarvan door het fascistische regime dan ook propagandistisch werd uitgebuit. Een subtiele verwijzing naast een onbeschaamd citaat? Of is dat te veel eer voor (het team van) Trump?



[1] Eigenlijk is de uitspraak niet van Mussolini,, maar van de Italiaanse beeldhouwer en militair (bergaliere) Ignazio Pisciotta (1883-1977).

woensdag 15 februari 2017

Programma Wilders: een vorm van nationaal-socialisme



Het idee dat de PVV-mix van nationalistische, rechtse, en sociaal progressieve, linkse, elementen nieuw is, is onjuist.



De PVV van Geert Wilders, die in de peilingen al tijden de grootste politieke partij is van Nederland, wordt algemeen beschouwd als een extreemrechtse, populistische beweging. Niettemin heeft Wilders op sociaal-economisch terrein een aantal punten aan zijn verkiezingsprogramma toegevoegd die vooral bedoeld lijken om ook traditioneel links stemmende kiezers te verleiden, en die VVD-premier Rutte tot de uitspraak brachten - uiteraard bestemd om de rechtse kiezer met bangmakerij naar zijn eigen partij te lokken - dat de PVV nog linkser is dan de SP van Emile Roemer.

De programmapunten waarom het hier gaat zijn: eigen risico in de zorg afschaffen; huren omlaag; AOW-leeftijd terug naar 65, aanvullende pensioenen indexeren; terugdraaien bezuinigingen op thuiszorg en ouderenzorg, meer handen aan het bed.
Wilders is dus in deze neoliberale tijden deels voor het behoud van de verzorgingsstaat. Echter niet waar het gaat om uitkeringsgerechtigden: die pakt hij graag hard aan.

Afgezien van bovengenoemde punten is het een en al nationalisme en law and order wat de klok slaat bij Wilders (weg met de moslims, de asielzoekers, de EU en de ontwikkelingslanden; eigen volk eerst; meer geld voor defensie en politie).

Vaak doet men het voorkomen alsof deze mix van nationalistische rechtse en sociaal economisch linkse elementen binnen één partijprogramma iets nieuws is. Degenen die dat doen, ontbreekt het echter aan historisch besef. In de jaren dertig van de vorige eeuw - de parallellen tussen toen en nu blijven zich opdringen - ontwikkelde zich in Duitsland een electoraal uiterst succesvolle beweging die precies dezelfde mengeling van nationalistische en sociaal vooruitstrevende elementen kende: het nationaal-socialisme, de naam zegt het al.

De Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) koppelde haar extreem nationalistische, extreem rechtse en racistische denkbeelden aan het streven naar een (nationaal-socialistische) verzorgingsstaat, waarin een sterke terugdringing van de werkloosheid gepaard ging met maatschappelijke hulpverlening, medische zorg, en armen- en werklozenzorg, tenminste voor het ‘gezonde volk’ (d.w.z. niet voor geestelijk gehandicapten, Joden, alcoholisten, ‘asocialen’, etc., met wie men andere plannen had). De nationaal-socialisten wisten hun verzorgingsstaat gedurende de hele oorlog te handhaven. Pas in 1945 sloeg de ontbering als gevolg van de oorlogvoering alsnog hard toe.[i]

Zowel Wilders als zijn voorganger zagen aanvankelijk helemaal niets in sociale maatregelen. Wilders vond zelfs dat de VVD, waar hij uit voortkomt, een ruk naar rechts moest maken. Ook Hitler had zich altijd verzet tegen - immers per definitie niet nationaal, maar juist internationaal georiënteerde - socialistische ideeën, maar moest erkennen dat het socialisme in zijn tijd een populaire stroming was, en dat opneming van elementen daaruit in zijn eigen programma het aantal stemmers op hem zou vergroten.

Of onze tijd vergeleken kan worden met de jaren dertig van de vorige eeuw blijft, ondanks een aantal frappante overeenkomsten, een punt van discussie. De conclusie evenwel dat het programma van Wilders, en hetzelfde geldt voor dat van het Front National in Frankrijk, een vorm van nationaal-socialisme is, lijkt mij nauwelijks betwistbaar.



Update

Enkele dagen na het schrijven van bovenstaand stukje lees ik in NRC -Handelsblad (18-2-17) de volgende opmerkelijke uitspraak in een interview met Jan Roos, lijsttrekker van VNL:

 „Het vermoeiende is dat veel journalisten vastzitten in hun eigen denkpatroon. Omdat ze vaak links zijn en Wilders een verschrikkelijke vent vinden, zeggen ze: ‘Hij is extreemrechts’. Dat is vrij dom. Wij zijn rechts-liberaal en Wilders is... hoe kan ik dat netjes zeggen zonder het woord nationaal-socialisme te gebruiken? Hij is nationalistisch en socialistisch in één.”




[i]  Zie bijvoorbeeld Antoine Verbij, ‘De nationaal-socialistische verzorgingsstaat’, in Historisch Nieuwsblad 4/2007; https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/6915/de-nationaal-socialistische-verzorgingsstaat.html  en  - hoewel dit blog er altijd op uit is alles wat links is te bashen - Jan Galentaan, ‘Het half vergeten socialisme van Hitler’, in: De Dagelijkse Standaard 27-11-2014;  http://www.dagelijksestandaard.nl/2014/11/het-half-vergeten-socialisme-van-hitler